Alle nieuwsberichten

Terug naar de homepage

Tip van de week: Beet van Wim Vandeleene
12 juni 2019

Peter Mangel Schots is schrijver, dichter, redacteur en docent creatief schrijven. Hij debuteerde in 2016 bij Uitgeverij PoëzieCentrum met ‘We zijn er nog allemaal’. In Leuven is Peter dichter en coördinator van De Eenzame Uitvaart.
Bij Creatief Schrijven vzw maakt hij deel uit van de redactie van het tijdschrift VERZIN. Eind dit jaar verschijnt zijn tweede bundel, ‘Synchroonliefde’.

 

Peter Mangel Schots tipt deze week het gedicht ‘Beet’ van Wim Vandeleene

“Het gedicht begint met een intrigerende regel: ‘de walvissen verloren hun tanden’. Meteen erna blijkt dat het om een transitie gaat: ‘voortaan zeven ze met baleinen / het kleinste groen uit de zee’. Transitie, metamorfose, veroudering en teloorgang: ze vormen samen het kernthema van dit gedicht, zo zal blijken. Het is alvast een begin dat uitnodigt tot verder lezen.

De tweede strofe zet een stevig postulaat neer. Kijk, zegt de dichter, ik beweer hier wat – ook al kan en hoef ik dat uiteraard niet te bewijzen. Dat kan op zich misschien onpoëtisch lijken, maar een goedgekozen stelling kan verrassend werken in een gedicht. Het geeft de lezer wat om na te denken en de dichter kan er zelf veel kanten mee op.

En dat doet hij ook meteen daarna: hij geeft voorbeelden van zijn ‘verborgen wet’ en vertelt hoe die van toepassing is op de evolutie van de mens. Daar gaat hij mee door in de vierde strofe, die mooi evoceert hoe de mens ooit ontstaan is als een dier dat uit het water is gekropen.

En daar doet de dichter iets knaps: van het menselijke lichaam keert hij via het zout, de zee en de golfbreker terug naar zijn uitgangspunt, de walvissen: ‘de zee breekt ons uit, soms sta ik op een golfbreker / en roep de walvissen’.

De slotconclusie is pessimistisch en begint al op het eind van de voorlaatste strofe: ‘enkel plastic spoelt nog aan’. In de laatste strofe wordt de vergelijking tussen walvissen en mens helemaal afgerond.

Wat ik zo sterk vind aan dit gedicht is de coherentie van de metaforen. De dichter zoekt al zijn beelden rond de walvissen, de tanden en de (evolutie van de) mens. Zelfs de titel is op twee manieren te interpreteren: van bijten, of van ‘beet hebben’ zoals een visser.

Is dit nu een gedicht over walvissen dat de mens als vergelijkingspunt gebruikt, of is het een gedicht over de mens die opgroeit en ‘tanden en honger wint’ met de walvis als metafoor? Beide, denk ik, en vooral: het doet er niet toe. De bal wordt voortdurend heen en weer gekaatst, zodat je het gedicht telkens opnieuw kunt herlezen.”

Foto: Stacy Suy

Tip van de week: Afstand van Annemie Corens
5 juni 2019

Wouter Berlaen is sinds 2002 freelance bassist en speelt momenteel vast bij Raymond van het Groenewoud. In 2011 ontdeed hij zich van zijn voornaam om met eigen songs in onvervalst Zults dialect de frontplaats op het podium in te nemen. Bedrieglijk opgewekte meezingers als 'Oe ver’est nog?', 'Brengt ui zuster mee', 'Ier in de midd’n' en 'Oltijd blijv’n goan' teisteren nu al vier albums lang de nationale ether via de playlisten van Radio 1 en Radio 2. Komende zomer is BERLAEN als live trio te zien op prestigieuze festivals als Dranouter en Boterhammen in het Park.
Hij zetelt binnenkort in de jury van de liedtekstwedstrijd Liefde voor Lyriek. 

Wouter Berlaen tipt deze week de liedjestekst 'Afstand' van Annemie Corens.  

“Een goeie liedjestekst moet van zichzelf al een bepaald ritme hebben, want net dat kan je muzikaal ook inspireren om er uiteindelijk een lied van te maken. Annemie trekt consequent het aantal lettergrepen door per strofe of per refrein. Dat valt meteen op bij het lezen én zet je dus creatief aan het denken.

Inhoudelijk raakt ze meteen bodem door iets abstract toch simpel, concreet en effectief te bewoorden: het probleem dat je als mens soms de dingen om je heen niet meer juist of naar waarde kan inschatten, omdat je er te dicht op zit. Afstand is dus nodig, maar het kan ook een vlucht zijn. Bovendien is het aangesneden onderwerp herkenbaar voor ieder van ons. Laat dat nu net de sleutel zijn om met je lied dan ook iedereen te kunnen
aanspreken en raken.

Een tip die ik kan geven, is ‘kill your darlings’: het bridgegedeelte* waarin letterlijke beelden geschetst worden, is overbodig. De tekst is zonder dat stuk ook af; je moet de luisteraar of lezer niet teveel details geven. Die
zal de tekst immers net nog intenser beleven als hij of zij ook de eigen fantasie kwijt kan in de interpretatie. Maar op dat éne punt na, doet de sfeer van deze tekst me denken aan ‘Verlangen’ van Bram Vermeulen zaliger: zo’n tekst die heerlijk helder benoemt wat je soms zelf niet kan uitleggen. Met daarop nog eens prachtige muziek. Meer moet dat niet zijn.“

*gedeelte tussen normale coupletten en refreinen en dat afwijkend is van de rest van het nummer, zowel muzikaal als tekstueel. 

Foto: Piet Stellamans

Tip van de week: Contract van Ingrid Strobbe
29 mei 2019

Femke Vindevogel debuteerde dit jaar bij Uitgeverij Van Oorschot. Haar debuutroman 'Confituurwijk' is een poëtische vertelling over de botsing van culturen in een Vlaamse achterstandswijk, een ode aan de schoonheid van banale dingen. Femke publiceerde poëzie en kortverhalen in onder meer de Poëziekrant, Het Gezeefde Gedicht en Tirade. Zondag 2 juni wordt Femke geïnterviewd door Ann De Bie bij Lees Meer in het concertgebouw van Brugge. Deze zomer (24-25 augustus) neemt ze deel aan de Literaire Karavaan in Amsterdam.
 

Femke Vindevogel tipt deze week het gedicht 'Contract' van Ingrid Strobbe

"Ingrid Strobbe hanteert een uitgebeende stijl die ontroert, er staat geen adjectief te veel in dit gedicht. De prachtige regels: ‘zij het hoogste landschap/dat over ons heen schuift als het dak van een cabrio’ en ook ‘de bal die erover heen vliegt, niet meer terug keert, mij in de ruimte/vast houdt met twee handen’ bewijzen dat Ingrid een uitstekend observator is. Ze draait het beeld om, onderzoekt vanuit verschillende perspectieven, doet mensen anders naar de alledaagsheid kijken en verrast, zonder pathetisch te worden.

De laatste regel doet mij persoonlijk iets te gekunsteld aan, zeker in combinatie met de eerste zin waarin ook al een woordgrapje zit. Maar dat kan allicht nog aangepast. 

Desondanks is 'Contract' een interessant en verrassend gedicht, dat om herlezing vraagt.
Een eenvoudige zin als ‘het ijsje hier en daar houdt woorden zoet’ doet me glimlachen. Wat een originele beelden. Wat een potentieel."

Foto: Annaleen Louwes

Poetry Summer Academy
28 mei 2019

Heb je al heel wat basisknepen van het poëzieschrijven onder de knie? En je wil meer? Dan verwelkomen we je graag op de jubileumeditie van de Poetry Summer Academy van 14 t/m 18 augustus in het inspirerende schrijfhuis Villa Hellebosch in het glooiende Pajottenland. Auteur en ervaren docent Daniel Billiet reikt je opdrachten aan die je poëtisch denken openbreken en je verplichten om de grenzen van je kunnen op te zoeken. Je steekt veel op van de feedback die je geeft en krijgt van andere schrijfgenoten.

Af en toe werk je in kleinere groepen, maar uiteraard heb je ook voldoende individuele schrijftijd. Alexandra Cool, gastvrouw van het prachtige landgoed, verwent je met heerlijke maaltijden.

Gun jezelf een poëtisch rustpunt van topkwaliteit en schrijf je in!

Tip van de week: 'Ik maak satés' van Nisa Clemens
22 mei 2019

Rashif El Kaoui is acteur, schrijver en audio-maker.  Hij maakt deel uit van het open ensemble van KVS.  In 2016 won hij de El Hizjra Literatuurprijs in de categorie proza. Hij werd reeds gepubliceerd in Das Magazin en de Sampler 2018 van Das Mag.  Zijn fictief essay ‘Oprecht Kwetsbaar’ verscheen in de reeks Karakters van de UGent en Theater Aan Zee.  Vaak draaft hij op als columnist voor de Standaard. Hij schreef mee aan de theaterbewerking van 'Een Jihad van Liefde'. Op zondag 26 mei geeft hij een lezing bij Kaap/Vrijstaat O. op de zeedijk van Oostende. 

 

Rashif El Kaoui tipt deze week 'Ik maak satés' van Nisa Clemens

"Laat u niet misleiden door de titel, dit proza is geen mijmerende overpeinzing bij een potje DIY kokerellen. Dit is een snerpende tekst over seksueel geweld en stedelijk isolement. 

Ik geef grif toe dat ik worstel met deze tekst. Dit worstelen heeft niets te maken met de kundigheid waarmee de tekst is geschreven. Integendeel, de bewuste ‘saté-passage’ zou zo op een podium gescandeerd kunnen worden.

Nisa doorspekt haar tekst met detaillistische observaties als ‘duiven worden nog niet van hun wandelpad getrapt’ (om de rust van een park in de ochtend te omschrijven) die voor ademruimte zorgen binnen de donkere thematiek van de tekst. Het is deze thematiek die voor de worsteling zorgt. Seksueel geweld is een thema dat de laatste jaren zeer erg aanwezig is in het maatschappelijke debat en in media/kunst.  Mannen worden (terecht) ter verantwoording geroepen voor hun daden en in de tekst van Nisa is het gedrag van de mannen alles behalve te verantwoorden.  De mannelijke personages zijn zelfs zo verachtelijk dat je als mannelijke lezer bijna de neiging krijgt om #notallmen te gaan tweeten. 

Dit is proza dat de grens met de realiteit opzoekt. Aan de ene kant zorgen de straatnamen en beschrijvingen van details voor waarachtigheid, aan de andere kant neemt de tekst soms te korte bochten in de motivatie en de intenties van de personages.  Als proza mis ik een uitdieping van het hoofdpersonage, maar als maatschappelijke commentaar destilleert de tekst als geen ander het gevoel van woede, onmacht en zelfopgelegd isolement waar vele vrouwen dagelijks mee moeten omgaan."

Tip van de week: 'Interimkracht' van Sascha Beernaert
15 mei 2019

Runa Svetlikova fileert de werkelijkheid met fijne klauwtjes en een sardonisch lachje. Met haar debuut 'Deze zachte witte kamer' (Marmer, 2014) won ze de Herman De Coninckdebuutprijs, de Jo Peters Poëzieprijs en de Europese Bridges of Struga debuutprijs.
In 2018 verscheen 'Drieëntwintig tips om de hond en je demonen aan de lijn te houden', een gedoemde poging tot literair verantwoorde braakpoëzie.

Runa Svetlikova tipt deze week 'Interimkracht' van Sascha Beernaert


"Interimkracht van Sascha Beernaert is geen billenkletser maar wel een fijn ironiserend gedicht waarin de draak wordt gestoken met de maatschappij en de dichter en de manier waarop de maatschappij naar de dichter kijkt en de dichter naar de maatschappij. Deze dichter heeft erbij gegniffeld, waarvoor dank.

Het taal- en beeldgebruik (graffiti-spuiters, arme zwarte bandwerkers en een MILF, niet bepaald typisch poëtisch taal- en beeldgebruik) dragen bij aan een mild-kritische sfeer die toch ver weg blijft van het belerende vingertje. Het verleent daarbij het gedicht een frisheid die aan poëzie wel eens durft te ontbreken. De disticha werken prima om de lezer telkens te verrassen met een nieuwe wending in het gedicht. Bovendien is er heel slim gebruik gemaakt van verwijs, voeg - en bijwoorden (na, op, met, omdat, tot), waardoor de lezer zonder de weg kwijt te raken in één beweging tot bij de grappige omkering op het einde raakt.

Mocht ik per se nog een beetje willen zeuren dan zou ik kunnen aanvoeren dat die beweging hier en daar wat stokt omdat deze of gene regel wat krukkig of gekunsteld loopt. (Zoals de tweede regel over de MILF ‘die kartonnen dozen aan de lopende band met haar driften voor een veel te jonge collega vulde’). Maar dat ligt misschien aan mijn fetisj voor natuurlijk klinkende taal.

Ik houd het dus graag bij een proficiat en houd er vooral niet mee op, Sascha."

Tip van de week: 'Vervullen' van Felix Sandon
8 mei 2019

akim a.j. willems is podiumdichter, schrijver, redacteur bij Akrostis en organisator van ‘Poëzie in de Pastorie’ dat op zondag 7 juli 2019 aan de vijfde editie toe is.
Vanaf deze week ligt zijn officiële poëziedebuut 'op de rand van het zwijgen', verschenen bij uitgeverij Vrijdag, in de boekhandel. De bundelpresentatie vindt plaats op vrijdag 10 mei in café Boekowski in Antwerpen.
 


akim a.j. willems tipt deze week “Vervullen” van Felix Sandon.

"Het openingsvers – “we droomden dat we droomden” – schenkt meteen klare wijn: je zal hier niet zomaar een gedicht lezen, maar de grens tussen verbeelding en realiteit passeren, een surrealistische wereld binnenstappen. Sandon zet in dit driedelige gedicht de deuren van onze waarneming op een kier.

In het eerste deel gunt hij ons een blik op ‘un monde merveilleux’ waar alles, van huizen tot baden, als een oneindige reeks matroesjka-poppen in elkaar gepast en opgevuld kan worden “tot er helemaal niets meer over [is] om te vullen”. Dat (op)vullen neemt in het tweede deel dusdanig dwangmatige vormen aan dat het gedicht letterlijk benauwend en te eng wordt. Versregel na versregel wordt de ruimte die de dichter in zijn poëtische huis laat kleiner en kleiner en jaagt hij zijn lezer tot in de nok en op het dak van zijn gedicht.

Die benauwdheid is, zo lijkt het begin van het derde deel te suggereren, als een warme, onwelkome alcoholwalm ook overgeslagen op de relatie tussen de dichter en de ‘jij’ die hij in het gedicht aanspreekt. De laatste versregel spreekt dat tegen en dat is – als we een constructieve kritiek mogen meegeven – een beetje jammer. Met een punt achter “telkens opnieuw” en het schrappen van wat daar achter volgt, was de beklemming en al wat er onderhuids broeit in deze tekst naar een hoogtepunt gegaan en daar ook gestopt. Nu eindigt dit intrigerende gedicht voor mij, ondanks al de vervulde verlangens, toch een beetje met een anticlimax omwille van “de vloek van het laatste vers”.

Auteur in wording?
6 mei 2019

Ben je al een tijd aan het schrijven en wil je eindelijk serieus werk maken van die roman, poëziebundel of  thriller? Dan is SchrijversAcademie iets voor jou.
Tijdens een tweejarige opleiding bouw je samen met een gemotiveerde groep gelijkgezinden aan je literaire project. Je stoomt jouw manuscript klaar voor publicatie en leert je weg vinden in het literaire veld.

 

Professionele auteurs, onder wie Gie Bogaert, Anne Provoost, Ruth Lasters, Ingrid Vander Veken en Peter Holvoet-Hanssen, begeleiden je.  Er is plaats voor 30 studenten en jij kunt daar één van zijn. Stel je uiterlijk 15 mei kandidaat

Oud-studenten van de opleiding zijn: Kris Van Steenberge, Runa Svetlikova en Lize Spit. Om er maar enkelen te noemen. 

Tip van de week: 'Roodkapje' van Kathleen Verbiest
1 mei 2019

Als zelfstandig professional op schrijfgebied deed Hanneke Dhaese ervaring op als auteur, redacteur en ghostwriter voor uitgeverijen en particulieren. Ze schreef uiteenlopende boeken voor verschillende opdrachtgevers, zowel fictie als non-fictie. Van daaruit groeide het idee om een eigen uitgeverij op te richten. Omringd met een klein team professionals, stuk voor stuk kenners van hun vak, worden er nu bij haar nieuwe Uitgeverij Inkt pareltjes gecreëerd.
Tijdens de snelcursus 'Uitgeven in eigen beheer' op 15 mei in Gent stelt Hanneke Dhaese haar uitgeverij Inkt voor. 

Hanneke Dhaese tipt deze week 'Roodkapje' van Kathleen Verbiest

"Oh, Roodkapje, waar ga je heen, zo alleen, zo alleen? Sprookjes doorstaan nu eenmaal de tand des tijds. Eén van de redenen waarom hedendaagse sprookjes zo leuk zijn, is de twist die eraan gegeven wordt. En dat heeft Kathleen Verbiest prima begrepen. Een ‘ik ga graag zo graag in discussie tiener’ en een moeder die argumenten bedenkt om haar tiener toch te overtuigen. Kortom, het prototype van de tiener met de voorspelbare antwoorden van haar moeder. Oh zo herkenbaar.

Niet alle elementen van het originele sprookje komen aan bod, maar dit stoort niet in het verhaal. De wolf? Who needs him? Oma lijkt angstaanjagend genoeg in haar beschrijvingen. Beschrijvingen die Kathleen Verbiest gevat, maar bovenal humoristisch weet te verwoorden. Hikkende pretgeluidjes, een grootmoeder die zich lanceert uit bed, dat spreekt uiteraard tot de verbeelding. Toch mag ze hier nog iets verder in gaan. Oma lijkt net iets te getypeerd in haar boshutje met koekoeksklok. Maar die fles wijn maakt toch al iets goed.

En zoals bij ieder sprookje, heeft ook dit een moraal. Het stereotype van het onschuldige meisje dat gered moet worden, veegt de auteur overtuigend aan de kant. Weg met die gruwelijke lotsbestemmingen. Deze vrouwelijke hoofdfiguur laat zien dat ook zij haar mannetje kan staan. Wie heeft die jager nodig? Dit kickass Roodkapje doet het zelf!

Meer van dat, Kathleen."

Foto: Peter De Schryver 

Tip van de week: 'Ijsberen in Knokke' van Gino Dekeyzer
24 april 2019

Ellen Verstrepen leeft met duizend verhalen in haar hoofd. Ze is auteur, leerkracht Nederlands en van tijd tot tijd waagt ze zich aan comedy. Ze debuteerde in 2017 bij Houtekiet met de roman ‘Oker’.  Enkele weken geleden verscheen haar tweede boek ‘Kattentijd’. Zondag 28 april is Ellen Verstrepen te gast op het Slow Book Festival in Leuven. 
 

Ellen Verstrepen tipt deze week 'Ijsberen in Knokke’ van Gino Dekeyzer.

"De titel schept een zekere verwachting, een verwachting die na het lezen van de eerste zin als door een vloedgolf weggespoeld wordt. Toch besef je aan het einde van dit korte stukje dat de titel de essentie van het verhaal totaal vatte. Daar hou ik van, van het zacht en teder rammelen met de voeten van de lezer, van de taalspelletjes en de beelden die in deze tekst regelmatig te vinden zijn. Gino Dekeyzer tast grenzen af. Net wanneer je begint te vrezen dat hij op een cliché afstevent, word je genadeloos afgestraft voor deze assumptie.

Een voorbeeld hiervan is ‘Een vlieger worstelt met de wind, een labrador molesteert een rubberen bal…’ Deze zin ontlokte me een glimlach omdat de auteur me zo zacht met de voeten op de grond wist te zetten. Ook kostte het me geen enkele moeite om het tafereel voor me te zien, in alle eenvoud met een subtiele onderliggende complexiteit. De treffende beelden en rake zinnen worden je niet opgedrongen, ze sluipen op kousenvoeten je brein binnen. ‘Elke stap brengt me dichter bij dat wat ik vrees. Een ongedurig hart. Een lege hand’. Ik ben ervan overtuigd dat deze woorden zich nog dagen in mijn hoofd zullen nestelen.

Een criticaster zou kunnen opperen dat er wat te gul met metaforen is gestrooid en dat de zandkorrels wat overdadig bleven kleven. Ook ik maakte me misschien, heel even, zorgen in de tweede alinea wanneer de ogenschijnlijk geknutselde schoonheid van de taal zijn voeling met het werkelijke dreigde te verliezen, maar toen deed hij het weer. Gino Dekeyzer zette het verhaal neer met een zin die me deed glimlachen om de relativering en de echtheid en deed zuchten om de kracht van zijn eenvoud. ‘Waar zijn die verdomde meeuwen als je ze nodig hebt'."

Foto: Lies Borgers

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home