Alle nieuwsberichten

Terug naar de homepage

Tip van de week: Het is Robert Anker-Mechelen van Dries Verhaegen
10 juli 2019

Dichter Xavier Roelens was met zijn laatste bundel Onze kinderjaren genomineerd voor de eerste editie van De Grote Poëzieprijs. Hij zet zich daarnaast in als coördinator van Folio voor de literaire, culturele en erfgoedtijdschriften. 

Xavier Roelens tipt deze week 'Het is Robert Anker-Mechelen' van Dries Verhaegen

 

"De tekst heeft helemaal beneden twee labels meegekregen: poëzie en autobiografisch schrijven. Voor mij is hij eerst poëzie, omdat de taal buiten de pas loopt, wat prachtige zinnen oplevert als: 'Meer hebben we niet in deze vondst. Dus verzinnen maar.' Of (en hoor er het kinderrijmpje in:) 'Ik zie wat taal niet ziet en ben het alweer vergeten.' Maar waar we ons vaak naar dichters keren omdat die erin slagen om het onvatbare voor even te vatten, slaagt deze schrijver er niet in om zijn tekst af te sluiten. En die onafgerondheid, dat tonen van een fragmentje leven zonder meer, maakt hem dan weer eerder de autobiografie van een lezer. En net daardoor zoveel echter dan mooi afgeronde gedichtjes.

Beschouw die openheid als een geschenk,
want 'Lezen is a) ontdekken b) verwekken c) leuk / want ik woon te Mechelen'."

Tip van de week: Beloftevol blauw van Hilde Christens
3 juli 2019

Hilde Keteleer is auteur, literair vertaler uit het Duits en het Frans en poëziedocent aan SchrijversAcademie. Ze was tot begin 2012 bestuurslid van PEN Vlaanderen. Bij de Wereldbibliotheek publiceerde ze de dichtbundels 'Al wat winter is en waar' (2001) en 'Deuren' (2004). 


Bij Le Fram verscheen de tweetalige bundel 'Twee vrouwen van twee kanten/Entre-deux' samen met haar collega Caroline Lamarche (2003) en bij uitgeverij Vrijdag de romans 'Puinvrouw in Berlijn' (longlist Gouden Uil 2010) en 'Omheind' (2014).
Ze begeleidt woestijnreizen in Egypte.

Hilde Keteleer tipt 'Beloftevol blauw' door Hilde Christens

"Eerlijk: ik was ook getriggerd door de foto. Maar toen kwam de tekst. Het beeld van de blauwe schooluniformen gekoppeld aan een beloftevolle toekomst, met die associaties van koningsblauw en Yves Klein, dat vind ik echt sterk. Ik heb zelf ooit een reisboek geschreven over de ontwikkelingsprojecten van de Vlaamse Gemeenschap in Mozambique, waarvan de titel luidde’ De brug van dromen’. Het trof me dat je zelf ook die kracht in Afrika (Ghana, veronderstel ik?) had onderkend: de kracht van dromen, iets waar wij in het verstarde Europa nauwelijks nog aan toekomen, bezig als we zijn met angst om verlies.

En dan, pal op dat beloftevolle, de leegte van de school. Zelf zou ik het zinnetje ‘Jullie meterslang uitgestalde uniformen konden ons enkel jullie stemmetjes en spel doen vermoeden’ schrappen, want dat heb je in feite al gezegd. Het doet de sterkte van het ‘niet’ in de voorgaande zinnen wat teniet.

Een mooie zin vond ik voorts: ‘Argwaan had je doen bevriezen op je weg naar buiten.’ De laatste zin zou volgens mij nog krachtiger kunnen: ‘Je blijft voor altijd onbewogen.’

Mooi, hoe je de wereld ver buiten je confronteert met je binnenwereld!"

Tip van de week: Bio logischer wijs van Heidi Schoefs
26 juni 2019

Joey Brown is auteur en schrijf- en bewustzijnscoach. Centraal in haar werk staan stilte, zingeving en bewustwording. Haar focus ligt daarbij op het transformerende proces dat schrijven in beweging zet. Ze staat bekend om haar schrijfmeditaties, haar zelf ontwikkelde methode van zelfreflectie. Onlangs verscheen 'Schrijven naar Bewustzijn, Ontdek je ware verhaal' bij Altamira/Gottmer Uitgeversgroep, waarin ze je meeneemt op een schrijfreis naar je ware zelf.

Omdat ze graag de diepte in werkt, organiseert ze voornamelijk meerdaagse schrijf- en stilteretraites in België en op het Griekse eiland Ikaria, waar ze sinds enkele jaren woont.

Joey Brown tipt deze week Bio logischer wijs van Heidi Schoefs.

"‘Gisteren heb ik mijn biografie gewist’ las ik als eerste zin en ik werd meteen nieuwsgierig. Hoezo en waarom? De auteur neemt dit drastische besluit ‘na een lange worsteling om oud leed in een zinvol verhaal te gieten’. De biografie an sich is helemaal niet belangrijk voor mij, ontdekt ze. Toch niet als opsomming van pijnlijke gebeurtenissen, trauma’s en verdriet. Dat is niet wat ze te delen heeft. Alles is geweest en voorbij. En nu is het genoeg geweest, het leed heeft genoeg aandacht gekregen. Tijd om een punt te zetten, en de aandacht te verleggen. En met dat ene punt, brengt ze een heel nieuw verhaal in beweging. Alsof ze plots wakker wordt in haar oude verhaal, haar blik verlegt van donker naar licht en verbaasd met de ogen knippert: eindelijk ziet ze haar hele zelf, die bestaat uit donker én licht, en ze voelt zich o zo bevrijd! Wat ze nog verlangt te delen zijn de lessen die ze leerde, en hoe dit alles haar als mens heeft verrijkt: ‘Littekens blijven gevoelig. Soms pijnlijk. Maar het is oké, ik heb er vrede mee. Ze hebben me op het boeiende pad naar mezelf gezet.’

Wat overblijft na haar worsteling is een korte, krachtige en zuivere boodschap, die helemaal met haar essentie stroomt: een boodschap van liefde en vergeving. En wie weet? Straks stroomt die boodschap mogelijk naar een heel ander boek? Of naar een workshop, een nieuw recept, een tekening of een lezing? In wezen maakt de vorm niet uit, zolang de liefde en de boodschap die ze te delen heeft maar in beweging blijft. En het mooie is: precies het schrijven aan haar levensverhaal gaf haar helderheid, bracht haar bij deze boodschap. Haar hele leven wordt daarmee één groot verhalenboek waarmee ze die ene boodschap kan illustreren. In dit besef zit de hele transformatie. Eigenlijk is ze er met deze korte tekst een eerste keer in geslaagd om oud leed in een zinvol verhaal te gieten. Is dat niet prachtig? Dank voor je krachtige boodschap, Heidi. Meer van die besluiten!"

Foto: Klaartje Hallet

Tip van de week: Catalogus van het treinverkeer van Sandrotsjka
19 juni 2019

Astrid Haerens is auteur van proza en poëzie. Ze debuteerde met de roman 'Stadspanters' bij Uitgeverij Polis. Momenteel trekt ze de Westhoek door voor het poëzieproject 'Iedereen Dichter'. Daarnaast werkt ze als docent Schrijven in Brussel.  


Astrid Haerens tipt ‘Catalogus van het treinverkeer’ van Sandrotsjka

‘Catalogus van het treinverkeer’ is een gedicht dat vanaf de eerste regel triggert: ‘je zit moederziel alleen in een trein’.

De tekst is opgebouwd aan de hand van zorgvuldige beschrijvingen (‘het catalogiseren’) van treinen. Tussen de regels door zindert een verzameling aan gebeurtenissen en mensenlevens. Deze worden slechts vederlicht aangestipt. De auteur laat genoeg zuurstof voor de verbeelding van de lezer. 
 
Het gedicht valt vooral op door de scherpe, heldere beelden. Zwaar en licht wisselen elkaar goed af. ‘Plak al die gezichten naast elkaar / aanschouw een collage der wanhoop’.  Wat verder: ‘dit is bedrog! De film speelt af in loop / je zal nergens aankomen’. De auteur gebruikt een frisse, originele taal (‘kantinepraatjes / bieren op terrasjes koopjes / olifanten luchtbedden aardbeienijsjes’) die vaart brengt in het geheel en die een groot schrijfplezier doet vermoeden. Enig minpuntje vind ik het einde: het laatste woord zou ik schrappen of vervangen, het is me iets te letterlijk een ‘slot’.  

Het gedicht geeft me een verlangen naar reizen, naar het anonieme, naar het kortstondige kruisen van levens. Ja, het geeft me zelfs goesting “van de wereld af te rijden of in ondiepe watervlakken te stranden”.  Ik zal er aan denken, de volgende keer dat ik een trein opstap.

Foto: Leonardo van Dijl

Tip van de week: Beet van Wim Vandeleene
12 juni 2019

Peter Mangel Schots is schrijver, dichter, redacteur en docent creatief schrijven. Hij debuteerde in 2016 bij Uitgeverij PoëzieCentrum met ‘We zijn er nog allemaal’. In Leuven is Peter dichter en coördinator van De Eenzame Uitvaart.
Bij Creatief Schrijven vzw maakt hij deel uit van de redactie van het tijdschrift VERZIN. Eind dit jaar verschijnt zijn tweede bundel, ‘Synchroonliefde’.

 

Peter Mangel Schots tipt deze week het gedicht ‘Beet’ van Wim Vandeleene

“Het gedicht begint met een intrigerende regel: ‘de walvissen verloren hun tanden’. Meteen erna blijkt dat het om een transitie gaat: ‘voortaan zeven ze met baleinen / het kleinste groen uit de zee’. Transitie, metamorfose, veroudering en teloorgang: ze vormen samen het kernthema van dit gedicht, zo zal blijken. Het is alvast een begin dat uitnodigt tot verder lezen.

De tweede strofe zet een stevig postulaat neer. Kijk, zegt de dichter, ik beweer hier wat – ook al kan en hoef ik dat uiteraard niet te bewijzen. Dat kan op zich misschien onpoëtisch lijken, maar een goedgekozen stelling kan verrassend werken in een gedicht. Het geeft de lezer wat om na te denken en de dichter kan er zelf veel kanten mee op.

En dat doet hij ook meteen daarna: hij geeft voorbeelden van zijn ‘verborgen wet’ en vertelt hoe die van toepassing is op de evolutie van de mens. Daar gaat hij mee door in de vierde strofe, die mooi evoceert hoe de mens ooit ontstaan is als een dier dat uit het water is gekropen.

En daar doet de dichter iets knaps: van het menselijke lichaam keert hij via het zout, de zee en de golfbreker terug naar zijn uitgangspunt, de walvissen: ‘de zee breekt ons uit, soms sta ik op een golfbreker / en roep de walvissen’.

De slotconclusie is pessimistisch en begint al op het eind van de voorlaatste strofe: ‘enkel plastic spoelt nog aan’. In de laatste strofe wordt de vergelijking tussen walvissen en mens helemaal afgerond.

Wat ik zo sterk vind aan dit gedicht is de coherentie van de metaforen. De dichter zoekt al zijn beelden rond de walvissen, de tanden en de (evolutie van de) mens. Zelfs de titel is op twee manieren te interpreteren: van bijten, of van ‘beet hebben’ zoals een visser.

Is dit nu een gedicht over walvissen dat de mens als vergelijkingspunt gebruikt, of is het een gedicht over de mens die opgroeit en ‘tanden en honger wint’ met de walvis als metafoor? Beide, denk ik, en vooral: het doet er niet toe. De bal wordt voortdurend heen en weer gekaatst, zodat je het gedicht telkens opnieuw kunt herlezen.”

Foto: Stacy Suy

Tip van de week: Afstand van Annemie Corens
5 juni 2019

Wouter Berlaen is sinds 2002 freelance bassist en speelt momenteel vast bij Raymond van het Groenewoud. In 2011 ontdeed hij zich van zijn voornaam om met eigen songs in onvervalst Zults dialect de frontplaats op het podium in te nemen. Bedrieglijk opgewekte meezingers als 'Oe ver’est nog?', 'Brengt ui zuster mee', 'Ier in de midd’n' en 'Oltijd blijv’n goan' teisteren nu al vier albums lang de nationale ether via de playlisten van Radio 1 en Radio 2. Komende zomer is BERLAEN als live trio te zien op prestigieuze festivals als Dranouter en Boterhammen in het Park.
Hij zetelt binnenkort in de jury van de liedtekstwedstrijd Liefde voor Lyriek. 

Wouter Berlaen tipt deze week de liedjestekst 'Afstand' van Annemie Corens.  

“Een goeie liedjestekst moet van zichzelf al een bepaald ritme hebben, want net dat kan je muzikaal ook inspireren om er uiteindelijk een lied van te maken. Annemie trekt consequent het aantal lettergrepen door per strofe of per refrein. Dat valt meteen op bij het lezen én zet je dus creatief aan het denken.

Inhoudelijk raakt ze meteen bodem door iets abstract toch simpel, concreet en effectief te bewoorden: het probleem dat je als mens soms de dingen om je heen niet meer juist of naar waarde kan inschatten, omdat je er te dicht op zit. Afstand is dus nodig, maar het kan ook een vlucht zijn. Bovendien is het aangesneden onderwerp herkenbaar voor ieder van ons. Laat dat nu net de sleutel zijn om met je lied dan ook iedereen te kunnen
aanspreken en raken.

Een tip die ik kan geven, is ‘kill your darlings’: het bridgegedeelte* waarin letterlijke beelden geschetst worden, is overbodig. De tekst is zonder dat stuk ook af; je moet de luisteraar of lezer niet teveel details geven. Die
zal de tekst immers net nog intenser beleven als hij of zij ook de eigen fantasie kwijt kan in de interpretatie. Maar op dat éne punt na, doet de sfeer van deze tekst me denken aan ‘Verlangen’ van Bram Vermeulen zaliger: zo’n tekst die heerlijk helder benoemt wat je soms zelf niet kan uitleggen. Met daarop nog eens prachtige muziek. Meer moet dat niet zijn.“

*gedeelte tussen normale coupletten en refreinen en dat afwijkend is van de rest van het nummer, zowel muzikaal als tekstueel. 

Foto: Piet Stellamans

Tip van de week: Contract van Ingrid Strobbe
29 mei 2019

Femke Vindevogel debuteerde dit jaar bij Uitgeverij Van Oorschot. Haar debuutroman 'Confituurwijk' is een poëtische vertelling over de botsing van culturen in een Vlaamse achterstandswijk, een ode aan de schoonheid van banale dingen. Femke publiceerde poëzie en kortverhalen in onder meer de Poëziekrant, Het Gezeefde Gedicht en Tirade. Zondag 2 juni wordt Femke geïnterviewd door Ann De Bie bij Lees Meer in het concertgebouw van Brugge. Deze zomer (24-25 augustus) neemt ze deel aan de Literaire Karavaan in Amsterdam.
 

Femke Vindevogel tipt deze week het gedicht 'Contract' van Ingrid Strobbe

"Ingrid Strobbe hanteert een uitgebeende stijl die ontroert, er staat geen adjectief te veel in dit gedicht. De prachtige regels: ‘zij het hoogste landschap/dat over ons heen schuift als het dak van een cabrio’ en ook ‘de bal die erover heen vliegt, niet meer terug keert, mij in de ruimte/vast houdt met twee handen’ bewijzen dat Ingrid een uitstekend observator is. Ze draait het beeld om, onderzoekt vanuit verschillende perspectieven, doet mensen anders naar de alledaagsheid kijken en verrast, zonder pathetisch te worden.

De laatste regel doet mij persoonlijk iets te gekunsteld aan, zeker in combinatie met de eerste zin waarin ook al een woordgrapje zit. Maar dat kan allicht nog aangepast. 

Desondanks is 'Contract' een interessant en verrassend gedicht, dat om herlezing vraagt.
Een eenvoudige zin als ‘het ijsje hier en daar houdt woorden zoet’ doet me glimlachen. Wat een originele beelden. Wat een potentieel."

Foto: Annaleen Louwes

Poetry Summer Academy
28 mei 2019

Heb je al heel wat basisknepen van het poëzieschrijven onder de knie? En je wil meer? Dan verwelkomen we je graag op de jubileumeditie van de Poetry Summer Academy van 14 t/m 18 augustus in het inspirerende schrijfhuis Villa Hellebosch in het glooiende Pajottenland. Auteur en ervaren docent Daniel Billiet reikt je opdrachten aan die je poëtisch denken openbreken en je verplichten om de grenzen van je kunnen op te zoeken. Je steekt veel op van de feedback die je geeft en krijgt van andere schrijfgenoten.

Af en toe werk je in kleinere groepen, maar uiteraard heb je ook voldoende individuele schrijftijd. Alexandra Cool, gastvrouw van het prachtige landgoed, verwent je met heerlijke maaltijden.

Gun jezelf een poëtisch rustpunt van topkwaliteit en schrijf je in!

Tip van de week: 'Ik maak satés' van Nisa Clemens
22 mei 2019

Rashif El Kaoui is acteur, schrijver en audio-maker.  Hij maakt deel uit van het open ensemble van KVS.  In 2016 won hij de El Hizjra Literatuurprijs in de categorie proza. Hij werd reeds gepubliceerd in Das Magazin en de Sampler 2018 van Das Mag.  Zijn fictief essay ‘Oprecht Kwetsbaar’ verscheen in de reeks Karakters van de UGent en Theater Aan Zee.  Vaak draaft hij op als columnist voor de Standaard. Hij schreef mee aan de theaterbewerking van 'Een Jihad van Liefde'. Op zondag 26 mei geeft hij een lezing bij Kaap/Vrijstaat O. op de zeedijk van Oostende. 

 

Rashif El Kaoui tipt deze week 'Ik maak satés' van Nisa Clemens

"Laat u niet misleiden door de titel, dit proza is geen mijmerende overpeinzing bij een potje DIY kokerellen. Dit is een snerpende tekst over seksueel geweld en stedelijk isolement. 

Ik geef grif toe dat ik worstel met deze tekst. Dit worstelen heeft niets te maken met de kundigheid waarmee de tekst is geschreven. Integendeel, de bewuste ‘saté-passage’ zou zo op een podium gescandeerd kunnen worden.

Nisa doorspekt haar tekst met detaillistische observaties als ‘duiven worden nog niet van hun wandelpad getrapt’ (om de rust van een park in de ochtend te omschrijven) die voor ademruimte zorgen binnen de donkere thematiek van de tekst. Het is deze thematiek die voor de worsteling zorgt. Seksueel geweld is een thema dat de laatste jaren zeer erg aanwezig is in het maatschappelijke debat en in media/kunst.  Mannen worden (terecht) ter verantwoording geroepen voor hun daden en in de tekst van Nisa is het gedrag van de mannen alles behalve te verantwoorden.  De mannelijke personages zijn zelfs zo verachtelijk dat je als mannelijke lezer bijna de neiging krijgt om #notallmen te gaan tweeten. 

Dit is proza dat de grens met de realiteit opzoekt. Aan de ene kant zorgen de straatnamen en beschrijvingen van details voor waarachtigheid, aan de andere kant neemt de tekst soms te korte bochten in de motivatie en de intenties van de personages.  Als proza mis ik een uitdieping van het hoofdpersonage, maar als maatschappelijke commentaar destilleert de tekst als geen ander het gevoel van woede, onmacht en zelfopgelegd isolement waar vele vrouwen dagelijks mee moeten omgaan."

Tip van de week: 'Interimkracht' van Sascha Beernaert
15 mei 2019

Runa Svetlikova fileert de werkelijkheid met fijne klauwtjes en een sardonisch lachje. Met haar debuut 'Deze zachte witte kamer' (Marmer, 2014) won ze de Herman De Coninckdebuutprijs, de Jo Peters Poëzieprijs en de Europese Bridges of Struga debuutprijs.
In 2018 verscheen 'Drieëntwintig tips om de hond en je demonen aan de lijn te houden', een gedoemde poging tot literair verantwoorde braakpoëzie.

Runa Svetlikova tipt deze week 'Interimkracht' van Sascha Beernaert


"Interimkracht van Sascha Beernaert is geen billenkletser maar wel een fijn ironiserend gedicht waarin de draak wordt gestoken met de maatschappij en de dichter en de manier waarop de maatschappij naar de dichter kijkt en de dichter naar de maatschappij. Deze dichter heeft erbij gegniffeld, waarvoor dank.

Het taal- en beeldgebruik (graffiti-spuiters, arme zwarte bandwerkers en een MILF, niet bepaald typisch poëtisch taal- en beeldgebruik) dragen bij aan een mild-kritische sfeer die toch ver weg blijft van het belerende vingertje. Het verleent daarbij het gedicht een frisheid die aan poëzie wel eens durft te ontbreken. De disticha werken prima om de lezer telkens te verrassen met een nieuwe wending in het gedicht. Bovendien is er heel slim gebruik gemaakt van verwijs, voeg - en bijwoorden (na, op, met, omdat, tot), waardoor de lezer zonder de weg kwijt te raken in één beweging tot bij de grappige omkering op het einde raakt.

Mocht ik per se nog een beetje willen zeuren dan zou ik kunnen aanvoeren dat die beweging hier en daar wat stokt omdat deze of gene regel wat krukkig of gekunsteld loopt. (Zoals de tweede regel over de MILF ‘die kartonnen dozen aan de lopende band met haar driften voor een veel te jonge collega vulde’). Maar dat ligt misschien aan mijn fetisj voor natuurlijk klinkende taal.

Ik houd het dus graag bij een proficiat en houd er vooral niet mee op, Sascha."

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home