Alle nieuwsberichten

Terug naar de homepage

Tip van de week: 'Vervullen' van Felix Sandon
8 mei 2019

akim a.j. willems is podiumdichter, schrijver, redacteur bij Akrostis en organisator van ‘Poëzie in de Pastorie’ dat op zondag 7 juli 2019 aan de vijfde editie toe is.
Vanaf deze week ligt zijn officiële poëziedebuut 'op de rand van het zwijgen', verschenen bij uitgeverij Vrijdag, in de boekhandel. De bundelpresentatie vindt plaats op vrijdag 10 mei in café Boekowski in Antwerpen.
 


akim a.j. willems tipt deze week “Vervullen” van Felix Sandon.

"Het openingsvers – “we droomden dat we droomden” – schenkt meteen klare wijn: je zal hier niet zomaar een gedicht lezen, maar de grens tussen verbeelding en realiteit passeren, een surrealistische wereld binnenstappen. Sandon zet in dit driedelige gedicht de deuren van onze waarneming op een kier.

In het eerste deel gunt hij ons een blik op ‘un monde merveilleux’ waar alles, van huizen tot baden, als een oneindige reeks matroesjka-poppen in elkaar gepast en opgevuld kan worden “tot er helemaal niets meer over [is] om te vullen”. Dat (op)vullen neemt in het tweede deel dusdanig dwangmatige vormen aan dat het gedicht letterlijk benauwend en te eng wordt. Versregel na versregel wordt de ruimte die de dichter in zijn poëtische huis laat kleiner en kleiner en jaagt hij zijn lezer tot in de nok en op het dak van zijn gedicht.

Die benauwdheid is, zo lijkt het begin van het derde deel te suggereren, als een warme, onwelkome alcoholwalm ook overgeslagen op de relatie tussen de dichter en de ‘jij’ die hij in het gedicht aanspreekt. De laatste versregel spreekt dat tegen en dat is – als we een constructieve kritiek mogen meegeven – een beetje jammer. Met een punt achter “telkens opnieuw” en het schrappen van wat daar achter volgt, was de beklemming en al wat er onderhuids broeit in deze tekst naar een hoogtepunt gegaan en daar ook gestopt. Nu eindigt dit intrigerende gedicht voor mij, ondanks al de vervulde verlangens, toch een beetje met een anticlimax omwille van “de vloek van het laatste vers”.

Auteur in wording?
6 mei 2019

Ben je al een tijd aan het schrijven en wil je eindelijk serieus werk maken van die roman, poëziebundel of  thriller? Dan is SchrijversAcademie iets voor jou.
Tijdens een tweejarige opleiding bouw je samen met een gemotiveerde groep gelijkgezinden aan je literaire project. Je stoomt jouw manuscript klaar voor publicatie en leert je weg vinden in het literaire veld.

 

Professionele auteurs, onder wie Gie Bogaert, Anne Provoost, Ruth Lasters, Ingrid Vander Veken en Peter Holvoet-Hanssen, begeleiden je.  Er is plaats voor 30 studenten en jij kunt daar één van zijn. Stel je uiterlijk 15 mei kandidaat

Oud-studenten van de opleiding zijn: Kris Van Steenberge, Runa Svetlikova en Lize Spit. Om er maar enkelen te noemen. 

Tip van de week: 'Roodkapje' van Kathleen Verbiest
1 mei 2019

Als zelfstandig professional op schrijfgebied deed Hanneke Dhaese ervaring op als auteur, redacteur en ghostwriter voor uitgeverijen en particulieren. Ze schreef uiteenlopende boeken voor verschillende opdrachtgevers, zowel fictie als non-fictie. Van daaruit groeide het idee om een eigen uitgeverij op te richten. Omringd met een klein team professionals, stuk voor stuk kenners van hun vak, worden er nu bij haar nieuwe Uitgeverij Inkt pareltjes gecreëerd.
Tijdens de snelcursus 'Uitgeven in eigen beheer' op 15 mei in Gent stelt Hanneke Dhaese haar uitgeverij Inkt voor. 

Hanneke Dhaese tipt deze week 'Roodkapje' van Kathleen Verbiest

"Oh, Roodkapje, waar ga je heen, zo alleen, zo alleen? Sprookjes doorstaan nu eenmaal de tand des tijds. Eén van de redenen waarom hedendaagse sprookjes zo leuk zijn, is de twist die eraan gegeven wordt. En dat heeft Kathleen Verbiest prima begrepen. Een ‘ik ga graag zo graag in discussie tiener’ en een moeder die argumenten bedenkt om haar tiener toch te overtuigen. Kortom, het prototype van de tiener met de voorspelbare antwoorden van haar moeder. Oh zo herkenbaar.

Niet alle elementen van het originele sprookje komen aan bod, maar dit stoort niet in het verhaal. De wolf? Who needs him? Oma lijkt angstaanjagend genoeg in haar beschrijvingen. Beschrijvingen die Kathleen Verbiest gevat, maar bovenal humoristisch weet te verwoorden. Hikkende pretgeluidjes, een grootmoeder die zich lanceert uit bed, dat spreekt uiteraard tot de verbeelding. Toch mag ze hier nog iets verder in gaan. Oma lijkt net iets te getypeerd in haar boshutje met koekoeksklok. Maar die fles wijn maakt toch al iets goed.

En zoals bij ieder sprookje, heeft ook dit een moraal. Het stereotype van het onschuldige meisje dat gered moet worden, veegt de auteur overtuigend aan de kant. Weg met die gruwelijke lotsbestemmingen. Deze vrouwelijke hoofdfiguur laat zien dat ook zij haar mannetje kan staan. Wie heeft die jager nodig? Dit kickass Roodkapje doet het zelf!

Meer van dat, Kathleen."

Foto: Peter De Schryver 

Tip van de week: 'Ijsberen in Knokke' van Gino Dekeyzer
24 april 2019

Ellen Verstrepen leeft met duizend verhalen in haar hoofd. Ze is auteur, leerkracht Nederlands en van tijd tot tijd waagt ze zich aan comedy. Ze debuteerde in 2017 bij Houtekiet met de roman ‘Oker’.  Enkele weken geleden verscheen haar tweede boek ‘Kattentijd’. Zondag 28 april is Ellen Verstrepen te gast op het Slow Book Festival in Leuven. 
 

Ellen Verstrepen tipt deze week 'Ijsberen in Knokke’ van Gino Dekeyzer.

"De titel schept een zekere verwachting, een verwachting die na het lezen van de eerste zin als door een vloedgolf weggespoeld wordt. Toch besef je aan het einde van dit korte stukje dat de titel de essentie van het verhaal totaal vatte. Daar hou ik van, van het zacht en teder rammelen met de voeten van de lezer, van de taalspelletjes en de beelden die in deze tekst regelmatig te vinden zijn. Gino Dekeyzer tast grenzen af. Net wanneer je begint te vrezen dat hij op een cliché afstevent, word je genadeloos afgestraft voor deze assumptie.

Een voorbeeld hiervan is ‘Een vlieger worstelt met de wind, een labrador molesteert een rubberen bal…’ Deze zin ontlokte me een glimlach omdat de auteur me zo zacht met de voeten op de grond wist te zetten. Ook kostte het me geen enkele moeite om het tafereel voor me te zien, in alle eenvoud met een subtiele onderliggende complexiteit. De treffende beelden en rake zinnen worden je niet opgedrongen, ze sluipen op kousenvoeten je brein binnen. ‘Elke stap brengt me dichter bij dat wat ik vrees. Een ongedurig hart. Een lege hand’. Ik ben ervan overtuigd dat deze woorden zich nog dagen in mijn hoofd zullen nestelen.

Een criticaster zou kunnen opperen dat er wat te gul met metaforen is gestrooid en dat de zandkorrels wat overdadig bleven kleven. Ook ik maakte me misschien, heel even, zorgen in de tweede alinea wanneer de ogenschijnlijk geknutselde schoonheid van de taal zijn voeling met het werkelijke dreigde te verliezen, maar toen deed hij het weer. Gino Dekeyzer zette het verhaal neer met een zin die me deed glimlachen om de relativering en de echtheid en deed zuchten om de kracht van zijn eenvoud. ‘Waar zijn die verdomde meeuwen als je ze nodig hebt'."

Foto: Lies Borgers

Winnaars wedstrijd Marnixring
23 april 2019

De Marnixring Leeuwercke Waregem maakte de onlangs de laureaten van de kortverhalenwedstrijd bekend. 

Eerste prijs: Emma Loncke uit Zwevegem
Tweede prijs: Ruben Van Bogaert uit Denderleeuw 
Derde prijs: Annika Cannaerts uit Borgerhout 

Gefeliciteerd aan de winnaars. Meer info vind je op de website van Marnixring.  

Tip van de week: 'Ranonkels en pioenen' van Katrin Van De Velde
17 april 2019

Valerie Eyckmans schreef jarenlang columns en reportages voor tal van magazines en publiceerde drie romans en vijf kinderboeken. 
Onlangs verscheen 'Was ik nu 20, 30 of 40' bij Borgerhoff & Lamberigts, waarin Valerie zich verdiept in haar eigen midlifecrisis en een licht werpt op haar leven als mama, partner en auteur. Ook in dit nieuwe genre – de ongegeneerde autobiografie – schrijft ze op het scherpst van de snee.
Bij Creatief Schrijven vzw coördineert Valerie Eyckmans het domein 'zakelijk schrijven'. 
 


Valerie Eyckmans tipt  deze week 'Ranonkels en pioenen' van Katrin Van de Velde

"Katrin Van De Velde schreef met 'Ranonkels en pioenen' een beknopt stukje proza waarin niettemin veel wordt gezegd. Tussen de schijnbaar eenvoudige observaties staan zinnen die net zo kwetsbaar zijn als de bloemen uit de titel. De auteur dicht de bloemen eigenschappen toe die vermoedelijk ook op het ik-personage slaan: net als de ranonkels zijn de gedachten en ideeën die Van De Velde tussen de regels plant voorzichtig en naar binnen gericht, waardoor het contrast tussen wat de auteur beschrijft ('Ik zat op mijn fiets en de lucht hing vol bloesemgeur, bijna zichtbaar') en wat ze voelt ('Soms ben ik bang voor de lente omdat daaruit zomers worden geboren, en zomers zijn zo heftig' of nog verder: 'Plots wist ik wat het was. Dat ik niet uiteen wil vallen, zoals een pioen') schuurt.

Knap hoe de auteur de frivoliteit van een boeket bloemen en het ontwaken van de natuur tegenover de angst voor dood en verval plaatst, en haar tekst toch nergens clichématig of gekunsteld klinkt."

Tip van de week: 'Kleurloos' van 'Ze schrijft.'
10 april 2019

Anneleen Van Offel publiceerde verhalen en poëzie in De Revisor, Hard//hoofd, Kluger Hans en De Optimist. Ze schrijft aan haar debuutroman in de Talent Pool van Uitgeverij Lebowski, zit in de redactie van Deus Ex Machina, is de stalmeester van De Sprekende Ezels in Gent en geeft 'Schrijven' aan de Academie voor Muziek, Woord en Dans Mortsel.

 

Anneleen Van Offel tipt deze week 'Kleurloos' van Ze schrijft

"Het is maar een korte tekst, een snipper literatuur. En toch keer je er telkens naar terug: elk woord is een haakje waaraan je als lezer graag blijft hangen. De schrijver toont weinig van het personage en daardoor zien we meer: alleen in het woord ‘knuistje’ kunnen we een bepaald leven vermoeden, en dan nog. Het contrast tussen het driftige schilderen (een mooi beeld voor de innerlijke gemoedstoestand van het personage) en het verlangen van de verteller om er schoonheid in te zien trekt een mooie spanning in het stuk. Dat een grote taalkracht vaak schuilt in het gebruik van weinig woorden blijkt in de zin ‘zijn ogen schrikken in de mijne’. Met een paar verfstreken ontstaan hier twee levens, waarover weinig meer moet worden gezegd. 

Een schoonheidsvlekje in het stuk is de zin ‘voor het eerst in zijn bestaan’. Dat lijkt me wel erg moeilijk om te detecteren: hoe kan je dat als niet alwetende ik-verteller weten? Bovendien doen dit soort ‘eeuwigheidszinnen’ te dramatisch aan. Dit kleine schilderijtje heeft dat laagje vernis helemaal niet nodig, het blinkt zo al mooi genoeg."

Foto: Maarten Mellemans

Winnaars schrijfkansen
5 april 2019

Een aantal schrijfkansen liepen onlangs af. Tijd om de loftrompet af te steken! 
Manuel Declerck wint de schrijfkans #Burgerprotest. Zijn tekst staat ondertussen te blinken in het magazine 'dng' van het Vermeylenfonds.

Lode Van Wabeke wint de schrijfkans 'Van poëzie tot proza'. Zijn tekst 'Conditioner(ing) verschijnt in de volgende editie van SCHRIJF. Sholeh Rezazadeh en Katalina kregen een eervolle vermelding. De teksten en feedback van de jury ontdek je hier.

Proficiat aan de winnaars! 

Zin om zelf ook eens in het magazine van het Vermeylenfonds te staan? Waag je kans en doe uiterlijk 15 mei mee aan de schrijfkans 'Taal geeft kracht'. Veel succes!

Tip van de week: 'Serpent Valentijn II' van Camilla Peeters
3 april 2019

Frans August Brocatus publiceerde verschillende dichtbundels en één roman. Hij was redactielid van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, gaf les aan Schrijversacademie en het AuteursAtelier. Hij is bestuurslid van de Vlaamse Vereniging Letterkundigen (VVL) en recenseert in die hoedanigheid o.a. poëzie en proza voor het lijfblad van de VVL: De Auteur.

 

Frans A. Brocatus tipt deze week 'Serpent Valentijn II' van Camilla Peeters

"De dichter valt met de deur in huis en daar hou ik van. Staccato-poëzie niet opgesmukt of in een keurslijf gegoten: adembenemend. Bevreemdende en tegelijk vertrouwde beelden stapelen zich op en buitelen over elkaar, dwingen tot herlezen. De koprollen stoppen pas als het gedicht af is.
Herhalingen fungeren als mantra's maar ze zijn ook dwingend, vragen om extra aandacht. Ze zijn bouwstenen die het gedicht, dat staat als een huis, versterken.

Knap werk dat eindigt met of als een “Munchiaanse” schreeuw: lees je me.

Tip van de week: 'Opgebrand' van Erik Herbosch
27 maart 2019

Katrijn Van Bouwel  is auteur en improvisatieactrice. Ze leest, presenteert en grapt al tien jaar op het podium en ook af en toe op televisie. In een even vergeefse als verbeten poging zowel het leven als de dood te ontleden, studeerde ze wijsbegeerte, communicatiewetenschappen en taxidermie. Ze schrijft columns voor Weekend Knack en debuteerde met de poëtische roman 'De muze en het meisje'. Tussen to do-lijstjes en romanhoofdstukken peinst en pent Katrijn over wat haar treft voor Charlie Magazine

Katrijn Van Bouwel tipt deze week 'Opgebrand' van Erik Herbosch

"In ‘Opgebrand’ staan we mee op met een personage. Of eerder, we leggen ons neer bij een kleurloos leven en slepen ons uit bed. Aangekleed met weer een dag vol zinloosheid. “Ook vandaag zal er niets gebeuren”, weet het hoofdfiguur. Een ochtend, door de ogen van iemand met een depressie - een burn out wellicht, als we uitgaan van de titel.

Niet het meest originele thema in de literatuur, maar los van de mooie uitwerking, valt ook de vorm op. Erik Herbosch kiest resoluut voor een “jij-perspectief”, waarin de lezer rechtstreeks aangesproken wordt. Naast de alwetende verteller, de ik-figuur en de derde persoon is dit zowat het minst gekozen literaire perspectief.

“Je moet op, vind je. Je rolt je op je linkerzij, sleept je benen daar de rand en laat de rest van het werk over aan de zwaartekracht.” Een gewaagde keuze. Het vraagt een bijzonder hoog engagement en concentratie van de lezer. Maar hoe krijg je die zover? Want wanneer wordt zo’n tekst in de jij-vorm boeiend? Hoe maak je van de lezer de protagonist? Zodra je de bal misslaat schreeuwt die aansprekende wijs namelijk in de woestijn. Het houdt een groot risico in op drammen en een lezer die afhaakt. Wie zich met deze techniek in het hoofd wil nestelen, moet dat zorgvuldig doen. Hoe? Door het even herkenbaar als onverwacht te houden. De schrijver moet de lezer bij zichzelf en de les houden. Dat lukt de schrijver hier moeiteloos. Hulde. Ik zie dit stuk perfect fungeren in een groter geheel, waar ook minder vermoeiende perspectieven aan bod komen. Het geeft het geheel een bizar vitalistische toets.

Nochtans is het geen opbeurende schets. Lethargie, moedeloosheid, de echo’s van belofte. Leegte vult de dagen. Het gaat niet over een held. Toch voel je meteen mededogen met het hoofdpersonage, begrip. Het is niet de typische depressieve loser die we vaak op achterflappen tegenkomen, en wiens leven niet aanlokkelijk genoeg lijkt om mee naar huis te nemen. 

Herbosch’ taal is bedrieglijk eenvoudig, zonder gezochte bijzinnen of woordlustige spielerei. Ze zijn ontkleed, als het leven van het hoofdpersonage. Wanneer vorm en inhoud harmoniëren, springt het hart van déze lezer alvast op. Weemoedige zinnen van spijt en verlies worden achteloos tussen het ochtendritueel gestrooid.“Je droeg nog toekomst in je, tot de tijd je ongemerkt achterliet.” of “Je bent alleen met jezelf en vraagt je af of je dit nu leuk gezelschap vindt.” 

Wat me minder bevalt zijn de referenties aan het “nu”. Walvissen met plastiek, yogasnuivers… de korte samenvatting van de hoofdpunten van het nieuws. Het is een kwestie van smaak, maar zelf heb ik minder met overduidelijke referenties naar de actualiteit. Het haalt me bruusk uit mijn leescocon en werpt me te zeer terug in de wereld buiten het boek. Ik geloof dat het weergeven van een levensgevoel niet noodzakelijk baat bij heeft bij die tijdelijkheid. De referenties worden in het licht van de eeuwigheid al gauw nietszeggend (hoe leest iemand die anekdotiek binnen een tiental jaren? En is het niet die concrete banaliteit waar de hoofdfiguur over lamenteert?). Al ben ik wél blij met Herbosch’ overpeinzing over Facebook: ‘Iemand heeft de tijd gevuld’ - zelden procrastinatie zo treffend verwoord gelezen. 

Mijn gevoel na het lezen? Ik wil alleen maar dat dit het begin is van een boek, ik wil alleen maar dat dit personage uit het huis en zichzelf breekt. Of lezen over hoe het ooit anders was. Maar het is met deze woorden als met het adagio ‘carpe diem’ dat de protagonist op het einde van de tekst aanhaalt. Als ze allemaal geplukt zijn, zijn ze op. 

Lees dit. Of om het in de stijl van de verhalen te zeggen: “Je klikt op de link. Je leest de tekst. En je zal je bedenken: 'Die Katrijn, ze had gelijk.'”

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home