Alle nieuwsberichten

Terug naar de homepage

Tip van de week: Fatima Ualgasi
26 april 2017

Fatima Ualgasi is geboren en getogen in Vilvoorde. Ze schrijft gedichtenautobiografische teksten en blogt. Voor de RandKrant levert ze afwisselend met drie anderen de column Mijn gedacht

Fatima kiest 'Onbekende' van Dave Huygen als tip van de week.

"Het is een kunst, geen woord te veel gebruiken. Niet alleen de openingszin moet raak zijn, maar ook de laatste en bovendien ook het zo weinig mogelijke dat daartussen ligt. De tekst 'Onbekende' van Dave Huygen munt hierin uit. Wat zou de schrijver nog meer moeten vertellen? Alles staat er, en zelfs meer. 

Wat zou ik er verder nog over zeggen? Ik zou me schamen als ik iets anders zou doen dan het voorbeeld volgen. Eén detail misschien toch. De schrijver gaf zijn tekst het trefwoord kortverhaal mee. Maar zo kan je het nauwelijks noemen. Niet omdat het er te kort voor is. Dit stuk is precies lang genoeg. Niet dat het geen verhaal zou zijn. Dat is het wel. Het is de term die te groot is en zoveel lucht verplaatst dat het haartje op de neuspunt ervan opstuift. Niet doen."

Tip van de week: Ko de Laat
19 april 2017

Ko de Laat heeft een oeuvre dat o.a. twintig dichtbundels en een verhalenbundel omvat. Hij is (mede-)auteur van diverse theaterproducties, zowel muziektheater als toneel. Zijn liedteksten werden bekroond bij het Amsterdams Kleinkunst Festival (vijf teksten in vier edities) en vorig jaar nog bij Liefde voor Lyriek. Ook behaalde hij in diverse poëziewedstrijden prijzen en ereplaatsen. Op Facebook bouwt hij momenteel aan een lange reeks autobiografische verhalen.

Hij kiest 'Kampvuur en avondrood' van Ans DB als tip van de week.

"Dit verhaal heeft geen uitgesproken literaire pretentie, maar het is wel trefzeker. Anekdotes over prille liefdesgevoelens in deze leeftijdsfase lees je vaak, maar de opbouw en de schrijfstijl van dit verhaal maken dat je meegaat met het hoofdpersonage aan het kampvuur en haar ook een goede afloop gunt. Het sfeerbeeld en de personages zijn effectief beschreven, zonder opsmuk, precies genoeg. Elk karakter komt genoeg tot leven om er een beeld bij te hebben. Het contrast tussen de innerlijke gevoelens van het meisje en haar ogenschijnlijke houding is zeer herkenbaar en daardoor ook geestig. Daarnaast is Ans DB sterk in het omschrijven van zaken die eigenlijk nauwelijks te omschrijven zijn, maar die je wel direct herkent in haar bewoordingen. Zoals die fonkeling in de ogen van Bram ‘zo eentje die je niet zo heel vaak in je leven in jongensogen tegenkomt’. En hoe Leen een arm om de verteller heen slaat: ‘half plagend, half troostend’. Kortom: voor mij is dit een voorbeeld van een verhaal met een meerwaarde, die de obligate anekdotiek vlot overstijgt."

Ingrid Strobbe wint Beeld Express april 2017
14 april 2017

Ingrid Strobbe schreef het winnende gedicht bij de foto van Robert Boons. Haar tekst verschijnt in juni in Beeld Express, het tijdschrift van het Centrum voor Beeldexpressie. Proficiat Ingrid!

 

ERSERTOK

zoals sneeuw kan bewegen
trap ik op wilde pedalen
van een denkbeeldige bergfiets
het zadel in mijn onderbroek
met vaag zelfbestuur in handen

uitgerust met snelle winterbanden
verleng ik het doel van iets tot niets
op de flank ontsnapt flink wat gas
dat niet uit de aarde kon komen
wel uit een mens die ambitieus was

Tip van de week: Toon Van Mierlo
12 april 2017

Toon Van Mierlo werkt al 20 jaar met boeken, eerst als boekhandelaar, daarna voor diverse uitgeverijen als vertegenwoordiger en pers- en promotieverantwoordelijke. Begin 2017 verscheen bij Uitgeverij Vrijdag zijn tweede roman Een paar is twee.

Deze week kiest Toon Van Mierlo 'Het Ponton' van Robbe Willems als tip van de week.

" 'Ponton' is een mooi woord. Het ziet er goed uit, en als je het uitspreekt hoor je ritme en rijm. Dit verhaal begint met een foto. Een foto van de titel, 'Het ponton'De verteller vernietigt zijn identiteit en meldt zich op een ponton dat dienst doet als opvangcentrum voor vluchtelingen. Google helpt me: dit moet de drijvende gevangenis zijn die in de Gentse Rigakaai aangemeerd lag, en waar 250 mensen moesten wonen. Enkele koude krantenberichten komen in dit verhaal van Robbe Willems tot leven. De schrijver heeft geen naam waarmee je op de vlucht moet, maar zijn personage beschrijft de kamers en het leven op het ponton met levendige details: een matras in plastic verpakking tegen de muur, lakens als karton. En zijn kip, vanwaar die kip die wordt beschimpt op een kippenmanier? Je gelooft dat dit echt is, meer dan een loos verhaal, dit komt ergens vandaan. Robbe Willems zet zijn lezer als vluchteling op het ponton, toont wat we niet willen weten, geeft een leven aan de ongelukkigen die op pontons en in centra van “ons” worden gescheiden.

'Ik was zij en zij waren wij.' Zo eindigt het verhaal. De laatste nieuwsberichten over het ponton kondigen aan dat het in maart 2017 werd gesloten. Waar de mensen heen zijn die er onderdak kregen, wordt niet gemeld. Wat is er gebeurd met de man in dit verhaal, en hoe is het met zijn kip afgelopen? Je voelt aan alles in dit o zo korte verhaal van Robbe Willems dat er meer is, dat de man die we heel even te zien krijgen een grotere geschiedenis heeft. Ik zou het willen weten, zou heel graag verder lezen."

Foto door Pelckmans

Tip van de week: Heleen Debruyne
5 april 2017

Heleen Debruyne is een historica met weinig geduld voor archieven. Ze haalde een master in de journalistiek en werkt bij Klara. Ook schrijft ze voor Humo en De Morgen. Daarnaast onderzoekt ze samen met Anaïs van Ertvelde graag vleselijkheden, in Vuile Lakens, een podcast over seks en lichaam. In 2016 verscheen haar romandebuut De plantrekkers.

Zij kiest deze week 'De wereld in een sjaal' door Verhaaltjes voor het slapengaan.

"Nu pas besef ik ten volle hoe belangrijk een eerste zin is. Uren heb ik op deze website doorgebracht, tot de woorden begonnen te bibberen op mijn scherm. Ik zocht iets, een vonk, een flits, een tekst die me zonder genade in een andere wereld werpt.  Eerst las ik nog braaf hele teksten, later beperkte ik me dus, uit tijdsgebrek, tot de eerste zinnen. Er waren er weinig die werkten. Die je in het verhaal sleuren, onmiddellijk, zonder al te veel weg te geven. Deze doet het wel: ‘het gaat niet zo goed met de wereld, denkt Fienke, en koopt een zwarte sjaal.’ Je zit meteen in het hoofd van het personage, weet wat ze denkt. Het kopen van de zwarte sjaal stemt nieuwsgierig: het is onverwachts, waarom koopt ze die, wat is ze er mee van plan? De rest van het verhaal schept ook een hele wereld, maar is wat kort, laat me op mijn honger zitten. Maar dat geeft niet. Iemand die een goede eerste zin kan schrijven, komt sowieso wel een heel eind, als auteur van korte verhalen."

 

Foto door Michiel Hendryckx

Tip van de week: Mark Cloostermans
29 maart 2017

Mark Cloostermans is literair criticus, onder meer voor De Standaard. Hij publiceerde boeken over Kristien Hemmerechts, Georges Simenon en Barcelona. In augustus verschijnt Spoiler. Hoe de literatuur wordt voortgezet op tv, bij uitgeverij Van Oorschot. Hij heeft ook een blog.

Mark Cloostermans kiest 'Laten we het maar liefde noemen' van Malakh Ahavah ofwel Samuel Derous als tip van de week.

"Hoe begin je een stuk proza? Met een intrigerende titel en openingszinnen die nog meer vragen oproepen. De titel, 'Laten we het maar liefde', noemen, klinkt merkwaardig berustend en de openingszinnen zetten dat in de verf. ‘Het was niet echt een knappe man, maar hij had wel iets.’ Daar valt mee te leven, denk je dan. Perfectie bestaat immers niet. ‘Zoals Freddy Mercury, dat was ook geen knappe man, maar hij had ook wel iets.’ Oei. Dat is al erger. De niet-perfecte man is dus zoals een wereldberoemde popster, maar dan één van de lelijkere. Zin per zin verlaagt de ik-vertelster haar verwachtingen, terwijl zin per zin ik mijn verwachtingen naar omhoog bijstel, want dit is veelbelovend. ‘Ik wil trouwens niet verliefd worden... Ik ben al verliefd! Maar goed...’ Nu wordt het echt interessant. Behalve de “ik” en de niet-onknappe-Freddy-Mercury-man is er ook nog iemand die luistert, op wie de “ik” blijkbaar verliefd is, op die onaangenaam berustende manier van haar (‘Maar goed...’). Malakh Ahavah speelt met contrasten in dit verhaal. Als de “ik” aan het woord is, stelt ze zichzelf voor als ondernemend, seksueel agressief, kritisch en zelfzeker. Zwijgt zij, dan neemt een alwetende verteller het over en blijkt “zij” haar verhaal te vertellen aan ene James, die gehandicapt is. We begrijpen dat James haar, toen hij nog kon spreken, heeft verzocht om hem te vertellen over haar ‘seksuele escapades’. Ze vergelijkt het zelf met online pornoverhalen lezen, en de lezer vraagt zich automatisch af hoeveel er waar is van wat ze vertelt. De auteur idealiseert de verhouding tussen James en de vrouw allerminst. ‘Ben ik nu zijn hoer’, vraagt ze zich af. Wat zij heeft met James lijkt dieper te gaan dan de vluchtige ontmoeting waarover ze hem vertelt, maar er is een ondertoon van... vreugdeloosheid. Uiteindelijk is de passiviteit van de man uit haar vertelling heel vergelijkbaar met de handicap van James. En met beide mannen ervaart ze achteraf hetzelfde: ‘het waardeloze gevoel en het weg willen’. Of... of maakt zij haar fictieve man opzettelijk zo passief, om hem op James te laten lijken? Om James minder te laten lijden onder zijn handicap? Is het een daad van medelijden? Het is opmerkelijk hoe tederheid en liefde zich in de schaduwen van dit verhaal bewegen. Voor het voetlicht krijgen we expliciete seks, twee keer zelfs, en een nadrukkelijk geëtaleerde berusting (‘Maar goed...’), maar op de achtergrond wriemelt misschien toch de mogelijkheid van iets anders. 

Een eindredacteur zou ettelijke taalfouten corrigeren en suggereren om hier en daar een woord te laten vallen. Ahavah beklemtoont graag dingen die we al weten. Als de hoofdpersoon een klopje geeft op de zetel, dicht bij haar, is het niet nodig om daar ‘verleidelijk” bij te zetten. En als je iemand een ‘standbeeld’ noemt, is het gebruik van het woord ‘bewegingloos’ overbodig – of andersom. Wat hier overtuigt, is de ambiguïteit van het geheel. De verhouding tussen deze personages is genuanceerd en blijft intrigeren tot aan het slot (dat ik overigens een zin eerder zou laten komen)."

Kevin Amse wint 'De zin van je leven'
27 maart 2017

Kevin Amse uit Gent wint de schrijfwedstrijd ‘De zin van je leven’ die Creatief Schrijven vzw organiseerde in het kader van de tiende Schrijfdag. Juryleden Gerda Dendooven, Stijn Vranken en Tom De Cock selecteerden uit meer dan 300 inzendingen de zin van Kevin:  ‘Ik hou ervan hoe jouw adem de bril beslaat waarmee ik naar het leven kijk.’ De zin staat o.a. op een spandoek die te bewonderen is het in Felix Pakhuis en in de toekomst de gevel van het Zuiderpershuis siert. Meer dan 1200 mensen brachten een stem uit voor de publieksprijs. Die gaat naar Karen Brom voor " 'Boos' is de oplossing van de rebus die mijn lichaamstaal verraadt."

Tip van de week: Katrijn Van Bouwel
22 maart 2017

Katrijn Van Bouwel woont in Bertem en studeerde communicatiewetenschappen en filosofie. In 2016 debuteerde ze met De Muze en het meisje, een zintuiglijke ode aan het menselijk lichaam, aan de liefde en aan de eeuwigheid. Tijdens het 'Debutantenbal' op de Schrijfdag op 25 maart in het Felix Pakhuis komt ze, samen met Meltem Halaceli en Annemie Heselmans, spreken over haar debuut.

Katrijn Van Bouwel kiest 'Misselijk' van Dominique Minten als tip van de week.

"Een tekst als een gedachtenstroom, waarin je verdrinkt en je wanhopig vastklampt aan wrakhout van woordvondsten, om dan weer meegesleurd te worden. Een leesoog ziet het meteen: een tekst zonder leestekens, punten noch komma’s, dat is ademhalen, erin duiken en hopen dat je ongehavend de overkant bereikt.

Het risico met zo’n schrijfstijl is dat je de lezer kwijtraakt in hermetische associaties, dat het niet naar de keel grijpt, maar gedachten doet afdwalen. Dat het gebrek aan structuur en het drammerige doet verslikken. Het fragment vermijdt deze valkuil, en struikelt zich een weg door ons lijf. Door slimme woordspelingen (hand in hand - handengeklap / zinnen-onzin / mis gelijk in misselijk)  blijf je erbij, word je weer even op een ander niveau geprikkeld, waardoor het wervelen en verzuipen daarna des te adembenemender is. Steeds weer. Een draaikolk van woorden. Hoe schoonheid, spitsvondigheid en tristesse elkaar versterken. De smeekbede op het einde laat de lezer verslagen achter.

Als begin van een roman is zo’n stream of consciousness enorm veelbelovend. Langer dan dit fragment hoeft het ook niet te duren. Maar door de manier waarop de woorden zich onhoudbaar aan ons opdringen, hebben we als lezer meteen voeling met het ik-personage. Want wie viel er niet, ooit, ten prooi aan herinneringen en liefdesverdriet, aan flarden geschoten, met te weinig handen om de wondes te stelpen. Een spiegel met een barst in, zoals ook wij."

Herdenking 22/3
22 maart 2017

"Ik heb me ook onmiddellijk aangesproken gevoeld om iets te doen met de aanslagen. Om er door middel van tekst mijn emoties mee te kanaliseren. Maar ik wou niet één stem laten horen, maar vele stemmen door elkaar, vele kanten tegelijk", zegt Xavier Roelens. Hij maakte, samen met studenten Basisjaar Literair Schrijven, een krantje met als insteek de aanslag op 22/3/2016. Lees het werkje nu op creatiefschrijven.be/publicaties/ en creëer een stiltemoment.

Laatste tickets Schrijfdag
17 maart 2017

Op zaterdag 25 maart strijken we met de tiende Schrijfdag neer in het Felix Pakhuis in AntwerpenMeer dan 50 auteurs en vakspecialisten geven hun schrijfgeheimen prijs. De tickets vliegen de deur uit. Wil je erbij zijn? Wacht dan niet te lang, stel je eigen programma samen en boek je ticket op schrijfdag.be. Er zijn nog maar enkele plaatsen voor de workshops van Gerda DendoovenToni Coppers en Malin-Sarah Gozin. We verwennen je die dag ook graag met een goed gevulde goodiebag en een feestelijke lunch en receptie.

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home