Alle nieuwsberichten

Terug naar de homepage

Tip van de week: Peter Theunynck
10 september 2014

Peter Theunynck is biograaf, dichter en copywriter. Zijn nieuwste bundel De benen van de hemel is net persklaar. Peter koos voor Dekschild van Barbara Beckers.

"In slechte gedichten staan meestal veel overbodige woorden. Dan kriebelt het bij mij meteen om een balpen ter hand te nemen en te schrappen. In het gedicht ‘Dekschild’ van Barbara Beckers heb ik die drift nooit moeten onderdrukken. Er staat geen woord te veel in. De dichteres beoefent de kunst van de ‘economie’, de woordzuinigheid. Ze tracht veel te bereiken met weinig. Ze wil verdichten en de woorden die er staan zo sterk mogelijk opladen. Dat doet ze naar mijn gevoel uitstekend.

Ik ben overigens gecharmeerd door ‘de binnenkanten van je onderarmen’. Daarover heb ik in andere gedichten nog zelden iets gelezen. Ik ben verliefd op ‘handen [die] boven de voortuin [hingen] als twee kleine parasols’: wat een prachtig beeld! Ik ben ook gek op de formulering ‘Vandaag is zo’n dag waarop lagen kleding niets aan naaktheid afdoen.’ Normaal doe je kleren af om naakt te zijn. Hier doen lagen kleren niets af aan naaktheid, m.a.w. ze verminderen de naaktheid niet. Het gevoel is me bekend, maar de formulering vind ik verrassend fris. Ik ben benieuwd naar andere gedichten van Barbara."

Tip van de week: Valerie Eyckmans
3 september 2014

Valerie Eyckmans is freelance journalist and copywriter. Daarnaast schrijft ze romans, theaterteksten, scenario's en blogt ze erop los. Zopas verscheen haar kinderboek Ella wil verliefd zijn. Valerie koos voor Kippies zwemvest van Christine V.

"Hoed af voor schrijvers die het strak en simpel durven houden, zéker in dit genre. Geen gekoketteer met omslachtige zinsconstructies en wollige woorden, maar een zuivere, eenvoudige opbouw die toch ruimte voor suggestie laat, dat is de kracht van dit verhaal. Daarbovenop is het mooi hoe de auteur erin slaagt in een relatief kort stukje drie levens te laten kruisen. Toch een tip: je mag je lezer niet te veel bij het handje houden, maar té karig zijn met informatie is ook een zonde. Ik had misschien nét dat tikkeltje meer over het ik-personage en zijn of haar motieven willen weten. Bonuspunten voor het einde, waar de zwemvest van een versleten Action Man een metafoor wordt voor de redding of de houvast die we allemaal (wel eens) zoeken."

Tip van de week: Lennaert Maes
27 augustus 2014

Lennaert Maes werd bekend als frontman van de band Lenny & de Wespen en won solo enkele cabaretprijzen in Nederland. Hij koos voor de liedtekst God is dood van Annemie Corens.

"Een intrigerende titel die hoge verwachtingen schept. Annemie weet die verwachtingen in te lossen.

In een liedtekst moet je een heel universum weten op te roepen in amper 3 minuten. Zij slaagt daarin, benadert het thema per strofe vanuit een nieuwe, interessante invalshoek, en kiest voor een duidelijk refrein dat de song (zoals refreinen horen te doen) overspant. Annemie heeft zelfs aan een bridge gedacht.

De tekst is niet vrijblijvend. Hij bevat voor mij heel wat waarheid. Hij doet je stilstaan zonder al te zwaar op de hand te zijn.
Liedteksten zitten ergens tussen het kortverhaal (dat veel prozaïscher is) en poëzie (cryptischer) in. Bovendien kan een liedtekst best al een duidelijk gevoel van ritme in zich dragen. Deze tekst zit op die vlakken helemaal goed. Hij heeft een goede cadans en is dadelijk zingbaar.
Iemand kandidaat om de tekst op muziek te zetten?"

Tip van de week: Sylvie Marie
20 augustus 2014

Sylvie Marie schreef drie dichtbundels, waarvan de laatste Altijd een raam pas uit is. Ze is ook co-auteur van de mysterieuze voetbalroman, Speler X. Sylvie geeft literaire creatie aan de academies van Tielt en Ieper. Ze koos voor Avocado van Marjanne Sevenant.

“Een kortverhaal dat 'Avocado' heet. Kijk, dat vind ik al een goed begin. Het is geen titel zoals 'voor altijd' of 'overgave' of iets in die aard wat ik regelmatig zag voorbijkomen. Het is een concrete titel, eentje die meteen de pupillen van de lezer doet samentrekken. Ja, we hébben focus. Dit wordt een tastbaar verhaal. En met de eerste zin gaat het ook helemaal goed. 'Net voor ze de avocado in tweeën gaat snijden, aarzelt het mes in haar hand bij de schil.' Een dergelijke zin roept spanning op. 'Net voor...' Je staat als lezer op de rand van een gebeuren en het verhaal kan naar de ene kant of naar de andere kant overhellen. Dat is heerlijk om mee te maken. Je wordt meteen meegenomen. En zo moet een beginzin zijn.

En hoe gaat 't dan verder? Het kortverhaal blijft cirkelen rond het moment van het in tweeën snijden van de avocado. En daaraan wordt een ander verhaal opgehangen, in flashbacks.

En het slot? Daar komt de uitgekiende metafoor helemaal tot vervolmaking. De pit van de avocado staat symbool voor de mysterieuze man die ze op haar reis leerde kennen. En net als de man, glipt de pit uit haar handen, ze krijgt er geen vat op. De allerlaatste zin? Dat is iets om op te kauwen. 'Het midden van het verhaal', op het einde van een verhaal. Een contrast. Het wekt de aandacht en stemt tot nadenken. Maar ik doe het graag.”

Tip van de week: Celia Ledoux
30 juli 2014

Celia Ledoux schrijft teksten voor toneel, brengt monologen en literaire performances en schrijft columns. Ze koos voor Er waren geen wolven meer van Christine V.

"Een kortverhaal is een vloek. Je schrijft wellicht nog niet lang en wil in dat korte stukje alles proppen dat in je hoofd opborrelt. Je moet elk eindje aan elk ander vastknopen, wat veel metier vereist - en voor velen een hoop wringen. Je gebruikt wellicht te veel woorden en komt een aantal essentiële te kort. Dan hebben we het nog niet over de spanningsboog die ergens beginnen en eindigen moet, over gebruik van tijd of eenheid van stijl, over personages, openingszin, slot enzovoort.

Al die vereisten en meer vervult naar mijn gevoel Christine wanneer ze haar ontmoeting met een wolf beschrijft in Er waren geen wolven meer. Ze kent haar gereedschapskist en timmert met kunde. Schrijf vooral verder en meer, als dat je zint.

Fijn stuk, genietend lezen. 
Toch wil ik er een ander stuk tegenover stellen.

 Message in a bottle is compleet andere koek. Geen afgewogen ingrediënten, maar losse pols. Geen zorgvuldig geproefde kruiden, maar een scheef gemikt stuk chocola en voor de lol nog een scheut rum (die je je als bakker berouwt, want prompt zakt je hele baksel in, en die zurige nasmaak zag je ook niet komen).

Ovlijee: jij schrijft geen zorgvuldig lege constructies waar in Corbusierschoonheid de wind doorheen waait en het landschap prachtig bij afsteekt. Dit is een onafgewerkt zwalpend wrak van een verhaal dat nog minstens drie keer gepolijst en herschreven moet. De verleden tijd moet heden, het verhaal is even incoherent als de storm waarin het speelt, er wordt met woorden gekoketteerd die weinig toevoegen en waarvan minstens de heft geschrapt mag. We begrijpen je ook met twee adjectieven in plaats van vier. Er wordt driest en onzorgvuldig geschreven. Het verhaal eindigt nauwelijks ergens, en begint nauwelijks duidelijker. Het is eerder een scène dan een verhaal. Het laat gaten, maar is tegelijk te expliciet: dat je helden antihelden zijn merken we zelf wel, kauw dat alsjeblieft niet voor. De eerste zin: 'Daar waren ze weer, op die oneindige, meedogenloze ploert'. Bedoel je echt de zee? "Weer"? Je publiek komt pas kijken.

En toch. Het potentieel valt niet te ontkennen. Het heeft fantasie - een rat als hoofdrolspeler, en passant vernoemd. Het heeft branie en vreemde slapstickhumor - scheve Kalashnikovs? Zeeolifanten? Hier en daar een geniale inval tussen de regels door: het "soort" zeemannen die aan de zee nooit wennen; met dat soort kleine tussenwerpsels baken je een wereld af. Een knul die zich al kotsend bedenkt: zat ik maar in Lissabon - wat een antiheldentragiek (maar noem het vooral niet expliciet zo).

Verder kan iedereen die Kierkegaard leest én vervolgens met hem de draak steekt als anonieme levenslesschrijver aan een stel zieke matrozen, op mijn sympathie rekenen. Volgens mij heeft Ovlijee (dat pseudoniem gaat recensenten doen vloeken) ook lol al schrijvend, een niet te onderschatten extraatje als je schrijver wil blíjven.

Dit heeft niets met Christines werk te maken. Het wordt nooit stil, het wordt nooit leeg, het wordt nooit kort of doorzichtig. Dit is vaudeville en exces, extremiteit in wording. Geen van beide genres zijn minderwaardig, en hoe je schrijft heb je wellicht zelf niet te kiezen.

Message in a bottle is een compleet onaf stukje werk, dat *nog* niet goed leest. Maar het kàn geweldig worden, en het toont een hoofd dat extreem, fantasievol, gretig schrijft.
Na vier herwerkingen wil ik dit stukje nog wel eens lezen. Of een ander, van dezelfde auteur. Het is er nog niet, maar het kan groots worden."

Tip van de week: Yannick Dangre
23 juli 2014

Yannick Dangre is auteur van de romans Vulkaanvrucht en Maartse kamers, en van de dichtbundel Meisje dat ik nog moet. Hij koos voor Jubileum van Hans Deckers.

"Het begin van het gedicht is heel erg herkenbaar. Het draait om banale situaties die iedereen kent en waarbij je meteen een ouder, uitgeblust stel voor ogen hebt. De weglatingen van de werkwoorden bij 'te koud' en 'te zout' drukken dat nog eens extra uit: het zijn dingen die al zo vaak gezegd of gedaan zijn, dat ze niet eens meer volledig uitgesproken hoeven te worden. Vorm, inhoud en suggestie vinden elkaar hier mooi. Net daarom is het een beetje jammer van de openingsregel 'een leven lang bij elkaar...' Als lezer heb je dat na twee regels al wel door (zeker in combinatie met de titel), dus dat hoeft niet nog eens geëxpliciteerd te worden. Show, don't tell, zoals een wijs man ooit zei.

Na de reeks verwijten, die in spreektaal verwoord zijn, verandert de focus van het gedicht en komt de ouderdom in beeld, wat in een iets klassieker jargon verwoord wordt. Het is mooi dat die ouderdom zowel fysiek aanwezig is met de 'rimpels' als mentaal door het contrast met hoe alles vroeger was, en dat er van dat verleden toch steeds iets aanwezig blijft, al is het dan slechts het 'steun bieden wanneer zijn handen trillen terwijl hij het glas volgiet'.

Beide personen gaan in hun liefde samen ten onder, door elkaar en voor elkaar, wat fraai samengevat wordt in de laatste vier verzen. Het is 'pijn', maar het is pijn die bij elkaar wil zijn. Een klassiek geval van 'can't live with or without you', dat hier door de melodieuze herhaling van 'een leven lang' nog eens benadrukt wordt."

Tip van de week: Hilde Van Cauteren
16 juli 2014

Hilde Van Cauteren is dichter en jeugdauteur. Ze schreef Het Naveltheater en De Pigmentroute. Ze koos voor De winkel door Jan De Jonghe.

‘Ik had geen werk. Maar mijn vriendin had wel werk. Ze was al op kantoor toen ik wakker werd.’ In ‘De winkel’ voert Jan De Jonghe een ik-personage op dat van uitstelgedrag zijn levensstijl heeft gemaakt. Al na de eerste alinea heb je door dat er in dit korte verhaal weinig gaat gebeuren. Toch was ik nieuwsgierig genoeg om verder te lezen. De verteltoon is prima. Jan past voortdurend het ‘Show, don’t tell’ principe toe. Hij schrijft niet hoe laat het is, maar wel dat de koffie koud is. Je voelt de sfeer in de oude, lege winkel, waar de dag een andere tijdsorde lijkt te hebben. Ook de karaktertekening zit goed. Het feit dat er vliegen in de keuken zitten, wordt door de man alleen maar geconstateerd, niet verholpen. Het rolluik van de winkelruimte  is nog gesloten, ‘omdat zijn vriendin het niet geopend heeft’. En wanneer de man aan de telefoon oppert dat hij misschien gordijnen gaat hangen of verhuisdozen gaat uitpakken, weet je als lezer al lang dat daar niets van in huis zal komen. De man rookt, drinkt koffie en denkt na. En wanneer hij het te warm krijgt in de zon, gaat hij in de schaduw zitten. De banale dialoog met de vriend aan de telefoon en het gesprek met zijn vriendin aan het slot sluiten goed aan bij de verteltoon. Hier en daar kan het verhaal nog een beetje redactiewerk gebruiken, maar het geheel klopt. Ik ben benieuwd of we van Jan nog meer kortverhalen gaan zien verschijnen. Het genre ligt hem blijkbaar wel.

foto: Joost Bataille

Nieuwe kansen op Azertyfactor
14 juli 2014

Azertyfactor is in de eerste plaats een kansenplatform voor schrijvers. We zijn dan ook blij dat steeds meer organisatoren hun weg vinden naar Azertyfactor. Je vindt op de kansenpagina nieuwe schrijfuitdagingen terug van de Marnixring Leeuwercke, het literair tijdschrift Gierik, MiramirO en Jeugd & Poëzie. Het wordt een zomer vol inspiratie.

Tip van de week: Martijn Lindeboom
9 juli 2014

Martijn Lindeboom is schrijver, organisator van de Paul Harland Prijs schrijfwedstrijd en redacteur van Hebban.nl/Fantasy. Hij schreef o.a. de boeken Lagen in Stad, Schatten uit de schaduw en De brandende krijger en geeft workshops ‘Fantasy schrijven’. Martijn koos voor het flitsverhaal Brave meisjes van Christine Van den Hove.

“Een flitsverhaal is veel moeilijker dan het lijkt. Om in zo’n korte tekst informatie, stroming en emotie samen te brengen, dat is een prestatie. Dit verhaal is een kleine ontdekkingstocht naar bedoeling, terwijl bij eerste lezing het stuk al mooi is. De schrijfster roept beelden op, maar kloppen ze wel? Past wat in mijn hoofd opkomt bij wat de auteur heeft bedoeld? Bij herlezing vallen de aanwijzingen op hun plek en wordt een heldere scene neergezet.

Ik werd dit verhaal ingetrokken door de ‘sense of wonder’ die het perspectief bij mij opriep. Het overtuigde me vervolgens doordat, ondanks dat het over iets anders ging dan ik aanvankelijk fantaseerde, het gevoel van verwondering nog sterker werd.

Toch ook een paar opmerkingen: ik snap het beeld van ‘traag springen’, maar toch haalde me dat heel even uit de stroom van het verhaal. Daarnaast denk ik dat het woord ‘meester’ misschien niet helemaal past bij het perspectief dat door ‘spinnen’ helder gemaakt wordt. Tenslotte: ‘soms’ en ‘maar één keer’ in de openingspassage lijken met elkaar in tegenspraak. Maar dat zijn kleine dingen. Brave meisjes is een heel mooie flits van twee (bijna drie) levens."

Tip van de week: Maartje Luif
2 juli 2014

Maartje Luif is schrijfster en prive-schrijfcoach. Ze is bezig met een roman voor uitgeverij Atlas-Contact. Ze koos voor Op logies van Warmwatermuziek.

"De auteur is een detailkunstenaar. Alsof hij (of zij) met een fineliner een bouwtekening maakt, zó fijntjes zijn de omstandigheden uitgetekend. De helft van het verhaal beslaat de tocht van twee kinderen door een trappenhuis van een appartementsgebouw naar boven. Dat zou helemaal verkeerd kunnen uitpakken - saai, langdradig, te beschrijvend, - maar dat gebeurt niet. De lezer zit de kinderen op de huid, stelt zich voor hoe hij tegen een onwillige deur duwt, hoe hij zijn handen openhaalt aan grove muurstuc en hoe hij het licht ziet uitgaan, terwijl hij de juiste deur nog niet heeft gevonden. De lezer loopt met de kinderen mee langs gangen en parlofoons uit zijn eigen jeugd.

De spanningsboog die deze close-up met zich meebrengt, eindigt helaas in een uitgelubberd elastiekje. De lezer denkt dat het ergens toe zal leiden, die nauwgezette beschrijving van het begin van het bezoek. Boven zal zich een anekdote openbaren, er zal zich een plot ontvouwen, of iemand zal iets zeggen dat alles wat de lezer zojuist tot zich heeft genomen in een ander licht zet. Maar nee, het eindigt nergens. Dat is dan ook mijn belangrijkste advies voor de schrijver: geef je verhaal een functie, zorg dat de nostalgie meer vertelt dan alleen 'o, die goede, oude tijd'.

Verder verdient dit verhaal een iets secuurdere eindredactie. Let op de interpunctie, en daarmee de kadans van de tekst, houd elk detail nog eens tegen het licht (wat is bijvoorbeeld een 'verkleumd laken'?) en schrap zo hier en daar een zin ('niks aangebrand hoor' haalt de lezer uit het verhaal, dat is zonde, en de 'lillende' beentjes zijn mooi, maar passen niet echt in het beeld).

Ik stip niet voor niets aan dat het verhaal het 'verdient', want ik genoot van het beeld dat voor mijn geestesoog verscheen. Ik las met veel plezier hoe bomma's stem uit de parlofoon 'botste' en hoe de spaarlamp 'aan bibberde'. Ik had alleen zo graag gezien dat de situatieschets zou uitmonden in een verhaal."

foto: Ilja Meefout

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home