Alle nieuwsberichten

Terug naar de homepage

Tip van de week: Sofie Gielis
15 oktober 2014

Sofie Gielis is als recensente proza verbonden aan De Standaard der Letteren en is redactielid van het literair-culturele tijdschrift DWB. Ze koos voor Hotel Prestige van Annelies Leysen.

""Knoopt uw jasje schoon dicht,” sist zij kordaat. Meer heeft Annelies Leysen niet nodig om je een verhaal in te sleuren. Natuurlijk kan je nog alle kanten op met een dichtgeknoopt jasje en Annelies Leysen neemt dan ook de tijd om te onthullen wat de sisser en haar goedgeklede partner van plan zijn. Mooi gedoseerd rolt ze het verhaal uit. Maar gelukkig onthult Hotel Prestige niet alles. Na de verrassende ontknoping weet je nog steeds niet wie de jasknoper heeft uitgekleed.

 

 Hotel Prestige heeft alles wat een sterk kort verhaal nodig heeft: uitnodigende openingszin, mysterieus einde en een originele, consequente boog daar tussenin. In proper proza, met wat spanning en creatieve sfeermakers (in één zin vat ze zowel de smakeloze inrichting van de lobby van het hotel als de contrasterende gladheid van haar personage: Zijn perfecte tanden steken fel af tegen het zalmroze interieur) maakt Annelies Leysen van een banaal gegeven een fris verhaal."

Tip van de week: Peter Minten
8 oktober 2014

Peter Minten debuteerde in 2013 bij uitgeverij De Geus met de verhalenbundel Het aarzelen van de tijd. Een aantal van zijn verhalen hadden eerder al hun weg gevonden naar Vlaamse en Nederlandse literaire tijdschriften. Peter Minten werkt nu aan een roman.  Peter koos voor Opening night van Adeline.

"‘Opening night’ lijkt het begin van een klassieke man-vrouw historie. Ondanks het feit dat er ogenschijnlijk weinig gebeurt, intrigeert het verhaalfragment.  Het is geschreven vanuit het standpunt van Adeline, het personage dat het momentum ondergaat. Daarmee maakt dit hoofdpersonage meteen deel uit van de generatie van Nieuwe Helden. Onze helden zijn, zowel in de literatuur als in het leven, nog zelden diegenen die een gebeurtenis sturen, maar steeds vaker zij die een gebeurtenis ondergaan.

Gelukkig voor het verhaal is dat ondergaan niet éénduidig. Adeline laat zich meesleuren door Petrus. Er zit in haar houding iets slachtofferigs (‘Petrus, de lul’), maar ook iets smachtends. Het conflict tussen die twee gevoelens speelt zich af in Adelines hoofd.  Door het verhaal te schrijven vanuit het perspectief van Adeline, maakt de auteur dat conflict invoelbaar voor de lezer. De spanning wordt meer nog dan door de expliciete woorden en zinnen vooral opgewekt door wat zich afspeelt onder de oppervlakte van de tekst. Knap gedaan."

Tip van de week: Tom Naegels
1 oktober 2014

Tom Naegels is schrijver van verhalen, columnist en ombudsman bij de krant De Standaard. Zijn bekendste boek is Los (2005). Hij koos voor Rabarbergeknaag van Bernd Vanderbilt.

"De wereld mag dan geglobaliseerd zijn, verstedelijkt en postindustrieel, vitalistisch proza over beesten en boeren en vechten op café blijft een mysterieuze aantrekkingskracht uitoefenen. Deze ultrakorte schets, niet meer dan flarden van een dag, roept de wereld op van Cyriel Buysse, Gerard Walschap, de Metsiers van Claus, Faulkner ook. Dankzij een slim gebruik van de innerlijke monoloog en dialect zet de schrijver in niet meer dan 21 zinnen een blok van een personage neer, en precies door het gebrek aan plot – we beginnen uit het niets, we eindigen in het niets – en het gebrek aan grote gebeurtenissen roept het verhaal dreiging op, beklemming. „Nooit echt geklaagd” zegt de verteller aan het eind van zijn richtingloos verslag (van de dag? Van zijn leven? Is hij verantwoording aan het afleggen?), en je weet dat hij alle reden heeft om te klagen. „Telde bellen in het ijs” is een prachtige slotzin, die alles zegt: het zinloze van het bellen-tellen, de zuurstof die gevangen zit in de knellende greep van het ijs… Gaat het breken? Stort alles in? Zou Florimont nog achter de Bolakker liggen? Heeft de verteller hem vermoord? En trekt iemand in deze verdwenen wereld zich dat eigenlijk aan?"

Tip van de week: Willem van Zadelhoff
24 september 2014

Willem van Zadelhoff is schrijver en dichter. Sinds twee jaar is hij schrijfdocent bij de Schrijversacademie. Onlangs verscheen zijn tweede poëziebundel Het ei van Fabergé bij Uitgeverij Voetnoot. Voorjaar 2015 verschijnt bij Atlas Contact zijn vijfde roman, De nachten van Hofman. Willem koos voor Mijn naam is Louiza van Valerie Tack.

"Mijn naam is Louiza. Ik ben vernoemd naar de beste melkkoe van mijn vader. Als ik zo’n zin lees, ben ik verkocht. En natuurlijk ook jaloers. Zo’n openingszin trekt je het verhaal in. En bovendien doet Valerie Tack dat met ogenschijnlijk bijna niets. Twee feiten. Hoe de hoofdpersoon heet en dat ze genoemd is naar de beste melkkoe van haar vader. En toch weet je als lezer dan al zo ongelooflijk veel van Louiza en haar omgeving. Terwijl ze doorgaat de kwaliteiten van haar vaders melkkoe te beschrijven komen we nog meer te weten over het gezin waarin Louiza opgroeit. 100.000 liter melk heeft de melkkoe gedurende haar werkzame leven geproduceerd. Daar besteedde zelfs de regionale pers aandacht aan. En dan lees ik – nog steeds in de eerste alinea! : Die avond in bed draaide mijn moeder zich voor het eerst sinds lang om naar mijn vader. Ze fluisterde hem iets in het oor, liet toe dat hij zich over haar heen boog en zijn geslacht bij haar naar binnen schoof.

 Alleen maar feiten en toch een hele wereld oproepen. Ik ben benieuwd hoe dit talent zich verder ontwikkelt."

Tip van de week: Barbara Van den Eynde
17 september 2014

Barbara Van den Eynde is schrijfdocent en werkt freelance als museumgids. Voor museum Plantin en Moretus en voor MAS schreef ze verschillende verhalen en publicaties. Binnenkort geeft ze in Wilrijk een schrijftraining voor beginners. Barbara koos voor Merendree van Maarten.

"Prachtig dat de eerste zin begint met ‘Ik peinsde’, wat zoveel meer geladen is dan ‘ik dacht’. Bij peinzen zien we denkrimpels, en die heeft het hoofdpersonage.

 

 Synesthesie wordt hier functioneel gebruikt: iemand door de telefoon horen knikken kan niet, maar het geeft een duidelijk beeld van hoe het personage denkt over de persoon aan de andere kant van de lijn; hij ziet het al in gedachten, net omdat hij haar zo goed kent. Clichés worden hier heerlijk verneukt: als een mooie dag net te lieflijk lijkt geschilderd om waar te zijn, blijken de honden hun eigen ballen gretig te likken. Een geweldige manier om de vrolijkheid en het observatievermogen van het personage te beschrijven! Ook fijn dat het woord “wijven” is gebruikt, zeker in de context van egotripperij en een terugblik op zijn ongenadige jeugd.

De tekst is in één toon geschreven, toont één enkel beeld van het personage in één situatie, en toch roept hij een berg van verschillende, vaak tegengestelde emoties op. Sommige zinnen leiden tot hilariteit, andere zinnen ontroeren. En al deze emoties passen wonderwel in de denkwereld van dit bijzondere personage, dat heel authentiek op het blad verschijnt. Dit allemaal op 16 geschreven regels. Chapeau."

Tip van de week: Peter Theunynck
10 september 2014

Peter Theunynck is biograaf, dichter en copywriter. Zijn nieuwste bundel De benen van de hemel is net persklaar. Peter koos voor Dekschild van Barbara Beckers.

"In slechte gedichten staan meestal veel overbodige woorden. Dan kriebelt het bij mij meteen om een balpen ter hand te nemen en te schrappen. In het gedicht ‘Dekschild’ van Barbara Beckers heb ik die drift nooit moeten onderdrukken. Er staat geen woord te veel in. De dichteres beoefent de kunst van de ‘economie’, de woordzuinigheid. Ze tracht veel te bereiken met weinig. Ze wil verdichten en de woorden die er staan zo sterk mogelijk opladen. Dat doet ze naar mijn gevoel uitstekend.

Ik ben overigens gecharmeerd door ‘de binnenkanten van je onderarmen’. Daarover heb ik in andere gedichten nog zelden iets gelezen. Ik ben verliefd op ‘handen [die] boven de voortuin [hingen] als twee kleine parasols’: wat een prachtig beeld! Ik ben ook gek op de formulering ‘Vandaag is zo’n dag waarop lagen kleding niets aan naaktheid afdoen.’ Normaal doe je kleren af om naakt te zijn. Hier doen lagen kleren niets af aan naaktheid, m.a.w. ze verminderen de naaktheid niet. Het gevoel is me bekend, maar de formulering vind ik verrassend fris. Ik ben benieuwd naar andere gedichten van Barbara."

Tip van de week: Valerie Eyckmans
3 september 2014

Valerie Eyckmans is freelance journalist and copywriter. Daarnaast schrijft ze romans, theaterteksten, scenario's en blogt ze erop los. Zopas verscheen haar kinderboek Ella wil verliefd zijn. Valerie koos voor Kippies zwemvest van Christine V.

"Hoed af voor schrijvers die het strak en simpel durven houden, zéker in dit genre. Geen gekoketteer met omslachtige zinsconstructies en wollige woorden, maar een zuivere, eenvoudige opbouw die toch ruimte voor suggestie laat, dat is de kracht van dit verhaal. Daarbovenop is het mooi hoe de auteur erin slaagt in een relatief kort stukje drie levens te laten kruisen. Toch een tip: je mag je lezer niet te veel bij het handje houden, maar té karig zijn met informatie is ook een zonde. Ik had misschien nét dat tikkeltje meer over het ik-personage en zijn of haar motieven willen weten. Bonuspunten voor het einde, waar de zwemvest van een versleten Action Man een metafoor wordt voor de redding of de houvast die we allemaal (wel eens) zoeken."

Tip van de week: Lennaert Maes
27 augustus 2014

Lennaert Maes werd bekend als frontman van de band Lenny & de Wespen en won solo enkele cabaretprijzen in Nederland. Hij koos voor de liedtekst God is dood van Annemie Corens.

"Een intrigerende titel die hoge verwachtingen schept. Annemie weet die verwachtingen in te lossen.

In een liedtekst moet je een heel universum weten op te roepen in amper 3 minuten. Zij slaagt daarin, benadert het thema per strofe vanuit een nieuwe, interessante invalshoek, en kiest voor een duidelijk refrein dat de song (zoals refreinen horen te doen) overspant. Annemie heeft zelfs aan een bridge gedacht.

De tekst is niet vrijblijvend. Hij bevat voor mij heel wat waarheid. Hij doet je stilstaan zonder al te zwaar op de hand te zijn.
Liedteksten zitten ergens tussen het kortverhaal (dat veel prozaïscher is) en poëzie (cryptischer) in. Bovendien kan een liedtekst best al een duidelijk gevoel van ritme in zich dragen. Deze tekst zit op die vlakken helemaal goed. Hij heeft een goede cadans en is dadelijk zingbaar.
Iemand kandidaat om de tekst op muziek te zetten?"

Tip van de week: Sylvie Marie
20 augustus 2014

Sylvie Marie schreef drie dichtbundels, waarvan de laatste Altijd een raam pas uit is. Ze is ook co-auteur van de mysterieuze voetbalroman, Speler X. Sylvie geeft literaire creatie aan de academies van Tielt en Ieper. Ze koos voor Avocado van Marjanne Sevenant.

“Een kortverhaal dat 'Avocado' heet. Kijk, dat vind ik al een goed begin. Het is geen titel zoals 'voor altijd' of 'overgave' of iets in die aard wat ik regelmatig zag voorbijkomen. Het is een concrete titel, eentje die meteen de pupillen van de lezer doet samentrekken. Ja, we hébben focus. Dit wordt een tastbaar verhaal. En met de eerste zin gaat het ook helemaal goed. 'Net voor ze de avocado in tweeën gaat snijden, aarzelt het mes in haar hand bij de schil.' Een dergelijke zin roept spanning op. 'Net voor...' Je staat als lezer op de rand van een gebeuren en het verhaal kan naar de ene kant of naar de andere kant overhellen. Dat is heerlijk om mee te maken. Je wordt meteen meegenomen. En zo moet een beginzin zijn.

En hoe gaat 't dan verder? Het kortverhaal blijft cirkelen rond het moment van het in tweeën snijden van de avocado. En daaraan wordt een ander verhaal opgehangen, in flashbacks.

En het slot? Daar komt de uitgekiende metafoor helemaal tot vervolmaking. De pit van de avocado staat symbool voor de mysterieuze man die ze op haar reis leerde kennen. En net als de man, glipt de pit uit haar handen, ze krijgt er geen vat op. De allerlaatste zin? Dat is iets om op te kauwen. 'Het midden van het verhaal', op het einde van een verhaal. Een contrast. Het wekt de aandacht en stemt tot nadenken. Maar ik doe het graag.”

Tip van de week: Celia Ledoux
30 juli 2014

Celia Ledoux schrijft teksten voor toneel, brengt monologen en literaire performances en schrijft columns. Ze koos voor Er waren geen wolven meer van Christine V.

"Een kortverhaal is een vloek. Je schrijft wellicht nog niet lang en wil in dat korte stukje alles proppen dat in je hoofd opborrelt. Je moet elk eindje aan elk ander vastknopen, wat veel metier vereist - en voor velen een hoop wringen. Je gebruikt wellicht te veel woorden en komt een aantal essentiële te kort. Dan hebben we het nog niet over de spanningsboog die ergens beginnen en eindigen moet, over gebruik van tijd of eenheid van stijl, over personages, openingszin, slot enzovoort.

Al die vereisten en meer vervult naar mijn gevoel Christine wanneer ze haar ontmoeting met een wolf beschrijft in Er waren geen wolven meer. Ze kent haar gereedschapskist en timmert met kunde. Schrijf vooral verder en meer, als dat je zint.

Fijn stuk, genietend lezen. 
Toch wil ik er een ander stuk tegenover stellen.

 Message in a bottle is compleet andere koek. Geen afgewogen ingrediënten, maar losse pols. Geen zorgvuldig geproefde kruiden, maar een scheef gemikt stuk chocola en voor de lol nog een scheut rum (die je je als bakker berouwt, want prompt zakt je hele baksel in, en die zurige nasmaak zag je ook niet komen).

Ovlijee: jij schrijft geen zorgvuldig lege constructies waar in Corbusierschoonheid de wind doorheen waait en het landschap prachtig bij afsteekt. Dit is een onafgewerkt zwalpend wrak van een verhaal dat nog minstens drie keer gepolijst en herschreven moet. De verleden tijd moet heden, het verhaal is even incoherent als de storm waarin het speelt, er wordt met woorden gekoketteerd die weinig toevoegen en waarvan minstens de heft geschrapt mag. We begrijpen je ook met twee adjectieven in plaats van vier. Er wordt driest en onzorgvuldig geschreven. Het verhaal eindigt nauwelijks ergens, en begint nauwelijks duidelijker. Het is eerder een scène dan een verhaal. Het laat gaten, maar is tegelijk te expliciet: dat je helden antihelden zijn merken we zelf wel, kauw dat alsjeblieft niet voor. De eerste zin: 'Daar waren ze weer, op die oneindige, meedogenloze ploert'. Bedoel je echt de zee? "Weer"? Je publiek komt pas kijken.

En toch. Het potentieel valt niet te ontkennen. Het heeft fantasie - een rat als hoofdrolspeler, en passant vernoemd. Het heeft branie en vreemde slapstickhumor - scheve Kalashnikovs? Zeeolifanten? Hier en daar een geniale inval tussen de regels door: het "soort" zeemannen die aan de zee nooit wennen; met dat soort kleine tussenwerpsels baken je een wereld af. Een knul die zich al kotsend bedenkt: zat ik maar in Lissabon - wat een antiheldentragiek (maar noem het vooral niet expliciet zo).

Verder kan iedereen die Kierkegaard leest én vervolgens met hem de draak steekt als anonieme levenslesschrijver aan een stel zieke matrozen, op mijn sympathie rekenen. Volgens mij heeft Ovlijee (dat pseudoniem gaat recensenten doen vloeken) ook lol al schrijvend, een niet te onderschatten extraatje als je schrijver wil blíjven.

Dit heeft niets met Christines werk te maken. Het wordt nooit stil, het wordt nooit leeg, het wordt nooit kort of doorzichtig. Dit is vaudeville en exces, extremiteit in wording. Geen van beide genres zijn minderwaardig, en hoe je schrijft heb je wellicht zelf niet te kiezen.

Message in a bottle is een compleet onaf stukje werk, dat *nog* niet goed leest. Maar het kàn geweldig worden, en het toont een hoofd dat extreem, fantasievol, gretig schrijft.
Na vier herwerkingen wil ik dit stukje nog wel eens lezen. Of een ander, van dezelfde auteur. Het is er nog niet, maar het kan groots worden."

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home