Het is de eerste hete dag van het jaar. Ik zit in kleermakerszit op mijn badhanddoek en kijk uit over de zonnebadende mensenzee. De zonnebril op mijn neus heeft spiegelglazen zodat ik ongegeneerd kan staren en observeren. Het is een pilootbril. Sinds de film Top Gun moet ik van niets anders meer weten. Ik zie veel tattoos die ooit zwart waren, zonverbrande zwaarlijvigheid in strakke Speedo’s en oververhitte jongens die zwermen rond giechelende meisjes. Kortom, heel Deurne zoekt verkoeling aan de zwemvijver in het Boekenbergpark. En gelijk hebben ze.

 

Terwijl ik gulzig rondkijk, spreekt een bloedmooie vrouw mij aan. Ze vraagt me vriendelijk om vuur. Haar paarse bikini matcht mooi met haar rosse lokken maar minder met haar witte benen. Deze stoot herinnert mij er aan waarom ik sinds mijn puberteit een spannend broekje onder mijn zwemshort draag. Ze vraagt opnieuw om vuur omdat ik voor me uit blijf staren. Moonstruck. Deze keer toont ze met vragende ogen ook de sigaret die tussen haar ranke vingers zit geklemd. Alsof ik haar niet begrepen heb. Ik schud nee. Teleurgesteld, want voor háár zou ik beginnen roken. Gewoon om haar sigaret te mogen aansteken en zo de sproetjes op haar snoetje te kunnen tellen. Ik hou die gedachte voor mezelf en we nemen afscheid. Ik besluit af te koelen in de zwemvijver.

 

De temperatuur van het water is 17°C. Ik loop op mijn tippen met opgetrokken middenrif de zwemvijver in alvorens mijn schoolslag aan te vatten. Ik vind het de meest sierlijke der zwemstijlen. Bij crawl heb ik een coördinatieprobleem, vlinderslag heb ik alleen nog maar tijdens de Olympische Spelen gezien en rugslag is om problemen vragen in een overvol bad. Er zwemmen trouwens niet alleen mensen in de zwemvijver. Heel wat insecten spartelen zich een weg naar de eeuwigheid, waaronder helaas ook enkele geteisterde bijen. Andere insecten hebben het vooral op mijn hoofd gemunt. Ik kan ze moeilijk wegslaan omdat het m’n schoolslag zou verstoren. Ik duik onder water en open mijn ogen om mij te kunnen oriënteren. Helaas zonder zwembril waardoor mijn lenzen nu verloren ronddrijven in het groene water. Ik zie geen steek. Zwemmen heeft geen zin meer.

 

Ik hijs me onzeker uit de vijver en stap verloren richting de zonneweide. Ik kan amper mens van handdoek onderscheiden. Elke 2 seconden tuur ik met dichtgeknepen ogen in de richting van mijn plekje. Ik voel niet alleen de zon, maar ook de blikken op mijn lichaam branden. Laat ze maar kijken, ik zie hun gezichten toch niet. Als bij wonder bereik ik na een eeuwigheid ongeschonden mijn spullen. Angstig door het wazige beeld neemt mijn gehoor het zicht voor een stuk over. Geen lelijke tattoos of verbrande pensen meer. De blijdschap die door het Boekenbergpark galmt, doet de angst van mijn natte lijf glijden. Geluiden uit alle lagen van de samenleving zorgen samen voor de perfecte soundtrack op deze zonnige dag. Tous ensemble in Deurne. Ik leg me neer en sluit mijn ogen. 

 

Kon heel de wereld dit maar horen.

 

 

Geschreven door Antony Samson op 08/06/2016 - laatst aangepast op 10/06/2016

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home