zonder rede ben ik door lege mallen omringd.

ook de zandloper van je lichaam neem ik voor waar

maar ik verdenk mijn zintuigen van een leugen.

 

het enige wat zeker lijkt is deze meetbare ruimte

en mijn exacte plek daarin, zoals de tegel waarop ik sta

de kamer waaruit ik breken wil en de tijd,

 

meer bepaald dit moment dat pas zin krijgt

als we het delen tot het onder stroom staat.

het is al voorbij als het woord ‘nu’ een stem krijgt,

 

er is een klok op wielen waarachter wij lopen

alsof we dat ding ooit inhalen met de ijdele troost

dat het nog kan en dat het dan beter zal zijn.

Geschreven door Wim Vandeleene op 01/10/2016 - laatst aangepast op 17/02/2018

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home