Gedachten op een rij, achteloos. Zij aan zij.

 

Achteloos rijgt ze haar gedachten aaneen. En breit er een sjaal mee. Eindeloos, zoals haar gedachten. Soms zit er een losse steek in. Een vreemde eend in haar vertrouwd vaarwater. Een olievlek in haar quasi smetteloze omgeving. Heel anders dan haar kinderjaren getekend door een oorlogshel.

 

Vlekken, daar is ze inmiddels allergisch voor. Ze houdt van netheid en orde. Opruimen is haar wachtwoord. Chaos omzetten naar orde. Geen manische orde maar gewoon bevrijdende orde.

 

Zelf heeft ze een onuitwisbare vlek. Een wrang geboortesouvenir dat haar niet meer loslaat. Sporen van een sigarettenpeuk. Een kleine maar zichtbare en onvergetelijke vlek op haar rechterschouder. Precies een tattoo. Eentje die lijkt op een vlinder maar met grillige, rebelse vormen. De vormen van een Syrische rebel met sigaret. Een tattoo van een echte fladderende roze vlinder, zo wil ze er eentje. Voor eeuwig op haar linkerschouder. En beschouw dit niet als een bevlieging. Daarvoor zijn de achterliggende gedachten te zwaar. Zoals een mitraillette. Ze is trouwens linkshandig.

 

Weet je, vlinders houden van bloemen. En zij ook. Bloemen en planten. Daar wordt ze vrolijk van. Dan bloeit ze helemaal open, langzaam als een ontluikende witte roos. Heel anders dan vroeger als kind in haar geboorteland. In Syrië, daar voelde ze zich als een opgesloten gevangene in een denkbeeldige cel. Gevangen in haar angstgedachten. Alles behalve vrij als een vlinder of vogel. Toen niet, nu wel. Misschien houdt ze daarom van vlinders en vogels. En weet je, soms voelt ze zich klein als een mus, wanneer ze wordt overweldigd door gedachten aan vroeger. Zure, ranzige gedachten. Niet zoet.

 

Ze houdt van zoet, snoep en gebak. Vooral frambozentaartjes. Zurige toets. Niets is puur zwart of wit, noch zuur of zoet. En eigenlijk heeft ze geluk. Eindelijk! Haar broer is bakker en patissier. Mmm… wanneer ze aan zijn taartjes en eclairs denkt, moet ze watertanden. Zo lekker! Jammer dat ze een beetje aan haar lijn moet denken. Een klein beetje maar.

 

Ze ziet er goed uit. Zeggen ze toch. Het kleine angstige meisje met de prachtige hazelnootkleurige ogen en pikzwarte haren is niet meer. De angst is verstompt maar de glanzende kleur van ogen en haren is intact gebleven. Een prachtige, ranke gazelle. Nog een geluk!

 

Ze is ook heel snel in hardlopen. Nog een oorlogserfenis. Van toen ze heel hard moest hollen om aan schoten en soldaten te ontkomen. Als bij mirakel heeft ze het overleefd, samen met haar tweelingbroer. Als eerbetoon aan hun ouders doet ze af en toe mee aan een marathon. Het verleden van zich aflopen. Loutering door hardlopen.

 

Sfeerbeelden oproepen met gedachten verwoord in lettertjes, daar is ze ook heel goed in. Geschiedenis schrijven, niet met potlood of penseel maar met gedachten. Een veelheid aan gedachten, eindeloos, achteloos en gedachteloos. En dat is juist haar rijkdom.

Geschreven door Fatiha Berrazi op 10/10/2016 - laatst aangepast op 24/10/2016

  • proza
  • flitsverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home