Wie heeft meneer konijn vermoord?

Terug naar het overzicht

Rudy was allergisch. Niet in die mate dat hij rode ogen of een loopneus kreeg.

Het was erger. Papa had gezegd dat het kalfsragout was in chocoladesaus.

Het was zo lekker dat Rudy hem had geloofd en twee keer van het malse vlees had opgeschept. Pas tijdens het dessert niesde hij voor het eerst.

 

Zoals iedere ochtend liep Rudy naar het konijnenhok achterin de tuin.

Gewoonlijk zat meneer konijn braaf te wachten op het lekkers dat hij voor hem had fijngesneden. Wortel, appel, venkel en wat broccoli. Maar vandaag was het hok leeg. Rudy schrok, liep als een gek over het gras, zocht achter de schutting, keek in elke struik, maar vond niets. De pluizige vlek die hij vanuit zijn ooghoek zag bewegen deed hem even twijfelen, maar het was de kat van de buren. Ze liep langs zijn benen tot aan het tuinhuis. Daar stond een vuilniszak. De kat kromde haar rug en krabde er een gat in. Er vielen restjes op de grond. Rudy niesde een tweede keer.

Toen hij dichter kwam zag hij tussen het afval een witte vacht.

 

Eerst was het nog onschuldig. In het grootwarenhuis, nam hij af en toe een reep chocolade uit het rek. Maar na een tijd waren het ook pralines en truffels uit krantenkiosken of plaatselijke superettes. Wanneer hij zich echt slecht voelde, was alles goed.

De meeste chocolade verstopte hij op een plaats waar hij zijn allergie onder controle had.

 

Het liep pas fout tegen het einde van het schooljaar. Rudy had een muffin uit de handen van een meisje gerukt. Ze stond rustig op de bus te wachten.

Hij had gezien hoe ze ervan had gegeten, hoe er stukjes chocolade aan haar tanden kleefden en toen was er iets in zijn hoofd geknapt. Hij had het op een lopen gezet, maar een man die ook aan de bushalte stond was achter hem aan gegaan.

 

Toen de politiewagen voor de deur stopte, zat Rudy op zijn kamer.

Mama stond in de keuken. Zijn papa liet nietsvermoedend de twee agenten binnen.

Hij vroeg zelfs of ze iets wilden drinken. Ze bedankten vriendelijk, zeiden dat er aangifte was gedaan, dat er een getuige was.

Rudy’s ogen waren rood. Hij hield een zakdoek voor zijn neus. ‘Het ligt daar,’ zei hij en wees naar boven. De agenten gingen hem voor, gevolgd door zijn ouders.

Aan het einde, links van de trap, was de zolder.

De vloer lag bezaaid met chocolade. In het midden, als een soort orakel, lagen op elkaar gestapelde botten, de vacht van een dier en een muffin.

Mama sloeg haar handen voor haar ogen: ‘WIE HEEFT MENEER KONIJN VERMOORD?’

 

Rudy was allergisch maar erg was het niet.

Mama had voor hem kalfsragout klaargemaakt.

Het was zo lekker dat hij nog een bord opschepte.

Als dessert at hij een reep chocolade.

Daarna nam hij een blad papier en schreef een brief die begon met:

‘Sinds vorige week ben ik niet meer allergisch’.

Zijn papa schreef niet terug.

Geschreven door Sascha Beernaert op 04/11/2016 - laatst aangepast op 04/11/2016

  • proza
  • flitsverhaal
  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home