hij recht zich iets hoger om haar wezen vast

te nemen de rug tegen het bed, zij langs hem 

 

het huis van wantrouwen tijdens een intiem weerzien

matras dat kleeft onder geconsumeerde liefde

 

biljetten die zij in haar schoot legt, schudden zijn hand

hij kent haar van vroegere bezoekjes, verkleedt zich

 

in de bosjes schaamrood op geveinsde achtergrond

-het gordijn waarachter kinderlijke naïviteit standhoudt-

 

recht hij zich nog een keer hoger, rond haar gespreide lippen

tussen moederlijke benen uit een kindermond:

 

klinken zijn woorden onverstaanbaar: ‘jij bent de verraadster.”

van paardenmetafoor tot op z’n hondjes, het kussen van

 

katoensatijnen machtsspel, alsof hij diegene is die elke keer

zijn blik verliest in haar decorum, sensueel doch zonder dralen het

 

intiem toilet, verademing van geslachten, lachen ze samen (hij en zij)

lust is paardenmetafoor, afstandelijkheid van weer aankleden

 

in onuitgesproken woorden zonder betekenis, duiken zwemmers 

in vijf minuten tijd (achter een boeket zonder bloemen) tussen

 

tuinen voor een paar biljetten extra, het water dat ze weggiet bij vertrek

(sleutels, portefeuille, iPhone) achter glasgordijn van wolken in een kus

 

(nat op beide wangen) voor een volgend weerzien recht hij de rug

iets hoger dan de liefde tegen het bed, zij langs hem

 

Geschreven door Sascha Beernaert op 19/11/2016 - laatst aangepast op 19/11/2016

  • proza
  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home