Vier vissen (verhaaltje voor het slapengaan)

Terug naar het overzicht

Vier vissen zwommen

ze waren op weg naar de Noordzee

goede zwemmers waren het niet

met hun kleine vinnen kwamen ze maar traag vooruit

 

Bovendien had de Pladijs honger

was de Kabeljauw moe

verveelde de Pieterman zich

en had de Zeebaars het koud

 

'Waarom zwemmen we niet achter elkaar' vroeg de Pieterman

'Zo naast elkaar vind ik maar saai'

 

'Goed idee' antwoordde de Kabeljauw

'Als we in elkaars staart happen kan ik wat rusten'

 

'Ik wil wel vooraan' zei de Zeebaars

'Dan krijg ik het warmer'

 

Vier vissen zwommen achter elkaar

met hun kleine vinnen kwamen ze maar traag vooruit

 

Maar de Zeebaars had het nu wel warmer

de Pieterman meer plezier

en de Kabeljauw kon wat uitrusten

 

Behalve de Pladijs die nog steeds honger had

vond achter elkaar zwemmen maar niks

'Kon ik maar iets eten' zuchtte hij en keek omhoog

 

Aan het wateroppervlak vloog een vlieg voorbij

hij had ze gezien en dacht 'die lust ik wel'

 

Met zijn bek open zwom hij ernaartoe

en hapte in de lucht

     hapte in het water

     

     hij hapte

         hapte

         hapte          

 

maar de vlieg was te snel

ze vloog telkens weer

 

     op

           en 

              neer

   

     op

           en

              neer

 

Al dat happen deed het water bewegen

door de golven raakten de andere vissen achterop

Ze moesten elkaars staarten lossen

want goede zwemmers waren het niet

 

Vier vissen

zwommen terug naast elkaar

met hun kleine vinnen kwamen ze maar traag vooruit

en dankzij de vlieg

waren ze nog steeds op weg naar de Noordzee

Geschreven door Sascha Beernaert op 22/12/2016 - laatst aangepast op 23/12/2016

  • proza
  • kinder- en jeugdliteratuur
  • reisverhalen
  • flitsverhaal
  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home