Morgen zijn de appelsienen rijp

Terug naar het overzicht

Daar waar we ooit appelsienen
Echt waar appelsienen

Waar zacht gras tot boven de navels
en wij smalle schouders slalom

Waar oorverdovende krekels
Zomaar in de nacht

Waar ook meneer August
We noemden hem soms ook
édoewaar toelemoond bonzjoer
die de zon liet weerkaatsen
op zijn blinkende bol
romp voorop
Derrière en retard


Waar gebarsten stenen
met de allures van een burcht
Waar lage huizen zich kastelen voelden
maar toch - waarom niet
sliepen we onder de maan
tot de dauw als een ijskoud deken


Waar ook soms rimpels in het water
Waar ook soms geen rimpels in het water
ongelooflijk eigenlijk

Waar ook stil

Waar ook ooit stilte was
onbezoedeld
inderdaad ooit gewoon stilte
ongelooflijk eigenlijk

We luisteren nu en we zien

Het gras tot aan de enkels
luister het ruist

De stilte is verzadigd
Het is niet anders

Kastelen verkasten naar de lucht
Maar wat een geluk
Morgen zijn de appelsienen rijp

Geschreven door Margot op 07/01/2014 - laatst aangepast op 11/03/2014

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home