het lichaam is een matige oven.

het kwik moet continu op peil.

 

anders falen organen, lopen we schade op.

voor haar moet ik sterk blijven, die oven voeden,

eten, stofwisselen, bewegen voor ik klem in ijs

 

als het vriest moet ik wol aan, de vacht lenen

benijd ik de aap die uit de boom klom: mijn stamvader.

er spant een keten tussen hem en mij

 

soms zwerf ik door hoog gras, waar ik hem tref

hij komt traag overeind en schudt me de hand

de kans wordt groot dat ik de laatste schakel ben

 

ik ben kaler dan hem. hooguit wat schamel dons

sinds ik weet dat ik een lichaam heb durf ik niet naakt

beter zo. de eerste storm zou het dons wegblazen

 

als pollen. ik zou je hooikoorts wekken

misschien wil ik dat wel, dat je over me heen niest

dat je me besmet, dat ik dan ril en zorg nodig heb

Geschreven door Wim Vandeleene op 26/12/2016 - laatst aangepast op 26/12/2016

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home