aan de rand van de poel
 
twijfel ik tussen land en water.
 
benijd ik hem. hij heeft beide.
 

mijn zolen kennen het land te lang.
 
de heimwee naar water is aangeboren.
 
dan hurk ik diep, vouw ik de benen op.
 
 
alsof ik me klaar maak voor een sprong.
 
maar mijn stramme wervels moeten wat olie.
 
de veer schiet niet los, ik mis lenige poten.
 
 
 
ik benijd hem. hij vangt de vlieg met zijn tong.
 
als ik zo gretig, zo zeker de kans grijpen kon.
 
dan de plons in de poel van heden.
 
 
 
aan de rand sta ik in mijn twijfel.
 
al zou ik de voeten voor zwemvliezen ruilen.
 
ik reik niet verder dan de volgende stap.

Geschreven door Wim Vandeleene op 28/01/2017 - laatst aangepast op 28/01/2017

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home