Ik mag mijn huisdokter niet meer de hand schudden. Het is een richtlijn van het Ministerie van Volksgezondheid. Op een A4'tje tegen het prikbord in de wachtkamer staat gedrukt: " Het zal wat wennen worden, maar we zullen elkaar niet meer de hand schudden. Uit studies is gebleken dat bacteriën vooral worden doorgegeven via de handen.  " Later raakt mijn vertrouwde huisdokter respectievelijk mijn schouder aan, mijn buik, mijn rug. Hij plakt zorgvuldig een ronde pleister op het geprikte gaatje in mijn arm.

Daarna praat hij met me vanachter zijn computer. Tegenwoordig moet mijn hele leven de computer in. "En binnenkort in een cloud ", zegt hij. Ik kijk naar de man die al jaren mijn lijf en leden kent. Die weet hoe mijn hart klopt. Het achterste van mijn tong ziet. Hij praat zacht, terwijl hij tikt en scrollt. Deze handen zijn niet gemaakt om op klavieren te tikken. Het zijn niet dat soort handen. Zijn stem zalft mijn infectie terwijl de printer brult. Ik stop het papierwerk in mijn handtas.

Dan sta ik recht en steek mijn hand uit. Hunkerend naar zijn helende handdruk. We denken beiden nog net op tijd aan de richtlijn en trekken terug. "Het mag niet meer " lachen we. En dan geeft hij mij een schouderklopje. 

Geschreven door DqM op 01/04/2017 - laatst aangepast op 04/04/2017

  • proza

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home