De diepe slaap zit nog in mijn ogen. Ik zweef ergens tussen droom en onderbewustzijn. Verdwaald in een wereld waar ik me goed voel, geborgen in warmte. Een bed omgetoverd in prachtig zandstrand omringd door azuurblauwe eindeloos kalme zee. Zonnestralen schijnen fel op mijn karamelkleurige huid. Licht prikkelt mijn oceaanblauwe ogen die woordeloos verlangen weerspiegelen. Maar ik verroer me niet. Ik denk aan niets specifieks maar vage beelden flitsen pijlsnel door mijn hoofd. Een leeg hoofd maakt gelukkig want er is plaats voor het onverwachte. De hitte neemt toe met broeikaseffect. Ik snak naar water zoals een gammele kameel in de woestijn die trilt op zijn poten. Mijn hele lichaam trilt als een espenblad. Intensiteit kracht 5.7 op de schaal van Richter. Mijn hoofd voelt kei zwaar aan en tegelijk vederlicht. Waanbeelden vechten om de eerste plaats. Voel ik me ijlen? Mijn lichaam baadt in zweet. Geleiachtige druppeltjes rollen jachtig over de lakens. Materie die griezelig klam aanvoelt. En nat, heel nat, koortsig nat.

 

Ik hoor stemmen fluisteren op de achtergrond. Droom ik? IJl ik? Sta ik op het punt het bewustzijn te verliezen?

Geschreven door Fatiha Berrazi op 11/04/2017 - laatst aangepast op 11/04/2017

  • proza

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home