Zoals elke avond deed Marjolijn alle deuren op slot, sloot de gordijnen en liet de rolluiken neer. Ze hoorde het gekraak van het duister tegen de houten omheining. Hetzelfde liedje als altijd. Ze zuchtte, deed alle lichten aan en nam een slaappil. In de berging had ze een provisoir bed gemaakt.

Enkele weken geleden dacht ze dat het maar voor één nacht zou zijn, hooguit twee. Maar het duister gaf niet op, wilde haar meesleuren in een spiraal van verderf en controleverlies. Ze verzette zich, streed als een Vestaalse maagd, maar de vermoeidheid begon haar parten te spelen. Nog even en ze zou toegeven, de rolluiken optrekken en in haar japon naar buiten gaan om nooit meer terug te komen.

Niemand zou haar missen tot de brievenbus uitpuilde en de rekeningen onbetaald bleven. Ze zouden haar luxueuze huis leegmaken en zich afvragen waarom er een beslapen matras in de berging lag, waarom de met satijn beklede muren volgeklad waren met fluorescerende verf, waarom er overal kaarsen en lampen stonden. Haar huis was een baken van licht, maar ze hield het voor zichzelf, het duister was te machtig. Geen piertje scheen door de luiken of raamkozijnen door, daar had ze wel voor gezorgd.

De slaappil begon te werken, haar ogen gingen toe, alle licht rond haar vervaagde. Ze vocht tegen het enige duister dat ze niet kon vermijden. Een onbekende zoete lokroep wekte haar uren later uit haar dromen vol licht. Ze kon niet langer weerstaan. Ze stond recht, wankelde slaapdronken naar de achterdeur. Op de tast liep ze het grasveld op, blootvoets. De duisternis stond haar daar op te wachten, omarmde haar met zijn warme armen en slokte haar op. Ze lachte. Ze was niet meer bang.

Geschreven door Joke Thiry op 11/06/2017 - laatst aangepast op 11/06/2017

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home