Je kon haar persoonlijkheid pellen als de schors van een boom. De buitenkant bedroog want daaronder zaten lagen van onverschilligheid die ook wisselden met lagen van angst.

 

In het midden van haar ziel rook het naar donkergroene half verdronken wouden in de mist en klopte een hart van ijs.

 

Door haar aderen stroomde geen bloed maar zwart water dat begon te koken bij elke aanraking van een vreemde.

 

Ze was mysterieus opgegaan in de mist van de verloren zielen. Haar thuis was de wereld waar ze het minst kon zien.

 

Waar ze voor eeuwig door de nevel bleef dwalen als een boetedoening voor al haar daden.

 

Beeld: Daido Moriyama - rhizomatica

Geschreven door Andrea Derese op 03/07/2017 - laatst aangepast op 26/02/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home