Acht maanden had ze hem gedragen. Was haar lichaam opgezwollen, zaten haar voeten vol water, haar buik vol bloed en vocht en koek. Acht maanden had ze zichzelf uit bed gesleept, was ze net op tijd (of net te laat) naar de badkamer gekropen. Op haar knieën gaan zitten, met haar hoofd boven de toiletpot gaan hangen. Of boven het bad. De lavabo. De douche. De emmer naast haar bed.


Ze had in haar leven nog nooit zoveel honger gehad. Ze at alles. Ze vrat nog meer. Iedere week joeg ze er drie grote zakken Maltesers van 135 gram door. Ze wist toen nog niet dat er party emmers van een halve kilo bestonden.

 

Elke dag kon ze wel een hele diepvriespizza op. Liters Nesquick dronk ze, vergezeld van een half brood met Kwatta. Ze had in haar leven nog nooit zoveel gekotst. De geur van half verteerde boterhammen met choco vergeet ze nooit meer.

 

Ze was nog nooit zoveel afgevallen. Vijf kilo op twee weken tijd. Toen ze na al dat kotsen in volle paniek en tjokvol hormonen de dokter van wacht belde op een zaterdagavond, was het verdict snel duidelijk: hyperemesis gravidarum of extreme misselijkheid. Ja, dat wat Kate Middleton had. Naar het ziekenhuis, stante pede aan een baxter gaan hangen. En slapen, alleen maar slapen.

 

Wie zegt dat zwanger zijn geen ziekte is, is zelf nog nooit zwanger geweest. Of is één van die duizend vrouwen ter wereld die een droomzwangerschap beleeft.

 

Ze had in haar leven nog nooit zoveel gewogen. En toch woog ze op het einde slechts zes kilo meer dan in haar corpulente periode, toen de weegschaal ook boven de zestig kilogram toornde.

 

Ze had in haar leven nog nooit zoveel gelogen en bedrogen en gehuild als in die acht maanden. Ze loog over wat ze at en niet at. Hoeveel uren ze geslapen had. Welke taakjes ze uitvoerde. Wat de poetsvrouw of haar collega nu weer vergeten was.

 

Ze loog over wat ze droomde. Ze loog over wat haar opwindde en met wie ze sliep. Ze loog over haar overuren en met wie ze die doorbracht. Ze loog over welke pillen ze nam. Over wat ze dronk. Ze loog over van wie ze hield en wie ze verafschuwde.

 

Acht maanden had ze hem gedragen, maar toen hij zich eindelijk veel te vroeg aankondigde, voelde ze zich leeg. Niet alleen had ze al het vocht en bloed en koek en de pizza van de avond voordien eruit geperst. Alle emoties waar ze de maanden voordien van overliep, had ze met dat kind meegeduwd. Ze waren weg. Haar vat was leeggetapt. Haar borsten zaten vol, maar haar buik en hart waren leeg.

 

Wanneer hij huilde sleepte ze zich mechanisch uit bed. Ze legde hem op haar boezem en voelde haar borsten zwellen, haar baarmoeder samentrekken. Maar in haar hart was het kil.

 

Ze had hem acht maanden gedragen. Drie weken later lag hij in zijn wiegje achter het raam in de zon. Hij droeg een wollen vestje en over zijn lijfje lag een felgroen fleece dekentje. Na drie uur wenen en drinken en kakken was hij eindelijk ingeslapen. Ze had hem lekker warm ingeduffeld. Te warm, wist ze.

 

Ze had hem acht maanden gedragen, maar toen hij drie weken later voorgoed insliep in de eerste februarizon voelde ze niets.  Alsof die februarizon ook haar leven had weggesmolten. 

Geschreven door het stille meisje op 28/07/2017 - laatst aangepast op 26/02/2018

  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home