1

 

de berg liet me toe,

prikkeldraad waar ik onder kroop,

de dwarse tak waar ik over sprong ... in de valkuil

en na de witte vlag sloot iemand het ijzeren gordijn.

 

hogere hindernissen liet ik achter.

niet één recht en vlak pad herinner ik me.

de drempel waar ik nu op stoot weerstaat me.

een ongenode gast liet er een afdruk van slijk.

een straatjongen spoog er op.

 

een lage sokkel waarop ik haar raad.

een kier onder de deur laat licht door

en de schaduw van haar voeten.

de tocht kon haar adem zijn.

 

2

 

de drempel nemen is de eerste voorwaarde.

men zegt dat er er een duivel onder woont.

je slikt de prop weg en dept het koude zweet.

je schuurt de drempel glad tot je op gelijke hoogte staat.

 

of je legt er een plank op en neemt in een rolstoel plaats.

de tweede voorwaarde is de deur die open moet.

je belooft dat je haar er later overheen tilt

als ze wit draagt en we ja na ja beloven.

 

het zou me niet verbazen

dat ik over stenen struikel in de gang

als ik dan binnen ga, dat de sluier scheurt

en dat ik die nacht in de sofa slaap.

Geschreven door Wim Vandeleene op 25/08/2017 - laatst aangepast op 25/08/2017

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home