Als hij de oranje gordijnen openschuift

en het warme licht in kilte verdwijnt,

kijkt hij niet naar buiten, niet naar zee,

maar naar het lege bed met de

sporen van een doorwaakte nacht.

Lakengolven, windkracht acht.

 

Hij gaat naar de markt,

koopt fruit voor in de schaal,

bloemen voor in de vaas

en verse vis voor zijn maag.

Het ruikt naar sneeuw op straat

en naar winterjassen die worden gelucht.

 

Hij schikt het fruit,

verzet de vaas,

de vis blijft onaangeroerd.

Zijn maag is leeg,

al dagenlang,

maar voelt gevuld met zand.

 

In de verte,

waar de zee moe en grijs

uitrust aan het strand,

giert de wind

en overweegt hij beschaamd

de aanschaf van een hond.

 

Hij kijkt tv,

schiet in de lach

en klikt geschrokken weg.

Hij zegt haar naam en valt in slaap,

met grijze vlokken

achter ‘t glas.

Geschreven door Grand Foulard op 25/09/2017 - laatst aangepast op 25/09/2017

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home