Een paar jaar geleden op de boekenbeurs. Na een signeersessie was ik opgestaan van mijn tafeltje en op weg naar de wc, toen er op mijn schouder getikt werd. Ik draaide me om en stond oog in oog met een vrouw.

 

Het heeft geen zin haar te beschrijven; we weten allemaal hoe die vrouw eruit ziet, die ene vrouw die ons zal redden van onszelf. En dit was ze voor mij.

 

“Mijnheer Vekeman,” zei ze, “ik was zo onder de indruk van uw boek. Zou u het voor mij willen signeren?”

Dat licht in haar ogen, ik herkende het meteen. De vlammetjes van een vuur dat ze opgepookt had uit het nasmeulen van een ontroerende leeservaring. Een vuur dat ik met mijn ganse lijf wilde doen oplaaien.

 

Ze strekte haar armen, bood mij het boek aan.

 

Vekeman. Weer die Vekeman.

Het was niet de eerste keer, maar het was voor het eerst dat het pijn deed.

Vechtend tegen alles wat in mij brulde en smachtte en zich naar voren wou storten, stamelde ik: u hebt zich vergist. Dat ben ik niet.

 

“Oh,” zei ze. “Mijn excuses.”

 

Toen draaide ze zich om en liep mijn leven uit.

 

Geschreven door Kathleen Verbiest op 19/10/2017 - laatst aangepast op 04/10/2018

  • flitsverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home