Gesprekken tijdens het hard worden –DEEL EEN

Terug naar het overzicht

Gesprekken tijdens het hard worden –DEEL EEN

 

Ik: “Mensen zijn kneedbaar. Wij zijn kneedbaar. Je kan uit deze vorm iets anders maken, je kan mijn vorm compleet vernietigen en er iets anders uit bouwen. Dus wanneer jij zegt dat mensen zouden moeten doen wat jij zegt, heb jij maar een klein beetje gelijk. Je kan mensen kneden, maar je kan niet voorspellen hoe de uiteindelijke vorm eruit zal zien. Je kan niet verhinderen dat we uit onszelf een bocht nemen. Onszelf kneden. Mensen kunnen zichzelf kneden en tegenspreken. Het spijt mij dat ik enkel doe wat je zegt in de tegenwoordige tijd. In de toekomst staat daar geen garantie op.”

 

Hij: “Laten we dan zwijgen. Laten we dan de hele rit geen woord meer zeggen. Ik wil je niet meer kneden, want ik ben degene die gekneed wordt. Jij buigt terug en springt weg en ontspringt mijn handen en knijpt mij en kneed mij. Ik wil niet gekneed worden.”

 

Ik: “Hij die niet gekneed wil worden, vlucht van zijn menselijke vorm. Hij zal uiteindelijk achterblijven als een logge blok. Zonder vorm, zonder mogelijkheid tot bewegen. Vast in vorm en trots. Hij accepteert de vooruitgang niet en blijft achter met een gedateerde moraal. Hij ziet niet dat hij achteruitgekropen is en kijkt met zijn rug naar de wereld. Hij zwijgt niet alleen, hij is blind.”

 

Zij: “Jullie staan daar jullie hoofd te breken, maar kneden niets! Kneed mij dan!”

 

Ik: “Door het pure luisteren ben jij al gekneed. Vanavond zal je merken waar je gekneed bent, morgen sta je op in een nieuw vel.”

 

Zij: “Een andere vorm in hetzelfde vel.”

 

Ik: “Je hebt zonet je vel afgeworpen als een masker. Weet je dan niet dat je je eigen zijnsgrond, je manier van bestaan hebt doorbroken door je te mengen in een gedachtegang die niet van jou is?”

 

Zij: “Is dat niet goed dan? Ik wil geen blok zijn. Ik wil nieuwe gangen te blijven vinden tot ik zo moeilijk gekneed ben dat niemand nog weet waar de vervorming, de knobbels begonnen zijn en wie begonnen is, wie de eerste bocht heeft gemaakt.”

 

Ik: “Een droom.”

 

Hij: “Een dans die slecht eindigt.”

 

Ik: “Omdat de constructie te complex wordt voor jou: je zit in de vorige dimensie. Jij ziet de beelden dansen voor je ogen. Maar ze dansen niet, ze stromen.”

Geschreven door Camilla Peeters op 06/11/2017 - laatst aangepast op 02/03/2018

  • proza

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home