“Het zijn allemaal flarden.”
“Wat zijn allemaal flarden, Shauni?”, vraagt haar therapeute Astrid.
“Mijn herinneringen, mijn jeugd.”
“Oké, we staan hier nu voor het huis waar je een groot deel van je jeugd heb doorgebracht. Wat kan je je nog herinneren?”, vraagt Astrid.
“Ik weet het niet.”
“Kijk we gaan proberen die flarden aan elkaar te lijmen. We zullen eerst eens naar binnen gaan om te zien welke herinneringen naar boven komen, hé Shauni?”
Shauni staart voor zich uit en kijkt naar het kraakpand dat ooit het huis was waar zij haar zomers doorbracht samen met haar nichtje Meli en haar neefjes Joon en Kevin. Alles is intussen veranderd. De ruit van de voordeur wordt samengehouden door ducktape. Het huis wordt nu nog maar af en toe bewoond door junkies. Ik moet het mij terug herinneren, denkt ze. Ik moet het mij herinneren anders ga ik nooit helemaal begrijpen waarom ik ben wie ik ben.
“Kom, laten we dan maar naar binnen gaan”, beveelt Astrid.
Binnen ligt de gang vol etensresten en afval van drank of drugs. De muren zijn volledig beklad met grafitti. Het huis ligt er verloederd en verlaten bij. Shauni opent de deur van de woonkamer. Ze gaat naar binnen en kijkt stilzwijgend voor zich uit.
“Aan wat denk je?”, vraagt Astrid.
“Het is allemaal zo lang geleden.”
“Vertel het maar rustig Shauni.”
“Daar in het midden van de woonkamer stond een eikenhouten tafel. Dat was toen de ideale verstopplek.”
“Weet je nog waarvoor die verstopplek diende?”

 

“We speelden eens een spel…” “Ik weet niet meer hetwelk, maar Kevin en Joon kregen ruzie. En toen kwam hun moeder, tante Carolina, ertussen en begon ze tegen hen te schreeuwen.
“Houd daarmee op godverdommeuh!”, schreeuwde ze en ze nam kevin bij de kap van zijn hoodie en begon hem in het gezicht en op zijn hoofd te slaan. Ik, Joon en Meli werden uiteraard bang en we zochten elk naar ons eigen verstopplekje. Joon liep naar de andere kant van de tafel, maar nog voor hij tussen de stoelen onder de tafel kon kruipen had Carolina hem al vast. Door de deuropening van de keuken kon ik zien hoe Joon zijn armen gekruist boven zijn hoofd hield om haar klappen op te vangen. Hij zat op zijn knieën en maakte zich zo klein mogelijk. Carolina sloeg hem met vlakke handen op zijn rug.
“Stop, mama, stop!”, smeekte hij haar.
“Allez, stop, ik zal het niet meer doen. Stop!”

“En daar stopt het. Daar stopt de herinnering aan deze kamer.”

 

“Gebeurde dat vaker?”, vroeg astrid.
“Dat weet ik niet.” “Ik herinner me wel dat mijn zomers hier net tikkende tijdbommen waren. Het ene moment verliep alles rustig en het ander moment zochten we een verstopplaats.”
Astrid noteerde druk haar anekdotes en probeerde haar herinneringen zo goed mogelijk in kaart te brengen.
“Zullen we door het huis verderlopen en eens naar boven gaan?”, stelde Astrid voor.
“Ja, dat is goed.”

 Shauni liep meteen de slaapkamer van tante Carolina binnen. Ze keek opnieuw door het raam naar buiten.
Hier is dus toch een aardeweg die naar het bos leidt, dacht ze. Ze probeerde zich die ene avond te herinneren. Die ene avond waarop ze samen met haar nicht Meli en haar neefjes Joon en Kevin door het raam naar buiten moesten vluchten.

 

Carolina en Shauni zitten die avond in de zetel. Het is al laat. Shauni voelde nog de spanningen van de ruzies de voorbije dagen. Ze zei niets. Ze wist hoe snel tante Carolina zich aan haar kon ergeren. Ze bleef daarom stil zitten. Doe niks verkeerd en kijk gewoon televisie, denkt Shauni. Er werd gekeken en gezwegen. Plots verandert de hele stemming.
“Kom eens hier dat ik u kietel.” Op een speelse manier begon tante Carolina Shauni te kietelen in haar zij waardoor ze niet kon ophouden met lachen. Even verscheen die leuke, grappige tante opnieuw. Ineens hield ze op met kietelen en keek ernstig door het raam. Er stopte een wagen in de straat vlak voor het huis. Het was haar nieuwe vriend Alex die s’avonds laat thuiskwam. Carolina haar humeur slaat opnieuw helemaal om.
“Maak dat ge naar boven zijt en ga naar Meli en Joon.”
Shauni haast zich naar boven en vertelt wat tante Carolina tegen haar zei.
“We moeten naar haar slaapkamer, nu!”, zegt Meli.
“Waarom?”
“Kijk als hij zat en kwaad is kunnen we best hier door het raam klimmen.” “Zie je die weg?”
“Ja.”, antwoordt Shauni.
“Die weg leidt naar het bos en aan de andere kant woont de broer van ons mama, nonkel Rudy. Daar moeten we naartoe, verstaan?”
“Maar waarom, wat gaat er anders gebeuren?”
Meli, Joon en Kevin kijken elkaar aan, maar geven haar geen antwoord. Shauni zal na die avond enkel nog dat moment en de paniek op hun gezichten kunnen herinneren.

 

“Shauni, Shauni?”
“Euh, ja?”
“Heey je was heel diep in je gedachten verzonken seg!” “Vertel, welke herinneringen riep de slaapkamer bij je op?”
Shauni geeft geen antwoord.
“Ik zeg het nogmaals het is belangrijk dat we die flarden vinden en proberen te lijmen.”
“lijmen...er valt niets meer te lijmen.”

Geschreven door Isabelle De Vos op 06/12/2017 - laatst aangepast op 06/12/2017

  • proza

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home