onder onze voeten, een korst, waaronder vuur.

voor mij, een rivaal, door testosteron opgepompt.

een ventiel ontbreekt en toch loopt hij leeg.

ik zeg: ‘bezin voor je over de breuklijn stapt.

 

we grenzen aan elkaar als de platen van de aarde.

ze schuren, kreuken elkaar op tot een berg.

met een krater in de keel tel ik tot honderd,

vijl de tanden, begraaf mijn vuisten,

en adem laag. het stijgt in de borst.

 

boven ons lichten wolken op, een hoge stroboscoop.

regen blust de krater niet en de laatste druppel is olie.  

wat we ophoesten vloeit uit tot een nieuw land

waarin we als vrienden uiteen gaan.

Geschreven door Wim Vandeleene op 25/12/2017 - laatst aangepast op 25/12/2017

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home