De genadeloosheid van het lot

Terug naar het overzicht

Met de ultieme vrijpostige gebaren als je vork laten vallen onder tafel en de hoop om onder iemands schoot te kijken, meer naar die persoon te glimlachen of je voeten dichter tegen zijn enkels wrijven om zo je fantasieën dichter bij de werkelijkheid te krijgen. In het kort: om meer lust te krijgen. Want we zien er onschuldig uit, maar achter onze ogen speelt zich een ander verhaal. Herinneringen kunnen voor altijd vastzitten in een geheugen als tatoeages op een huid. We ontdoen ons op een bepaald moment toch van die sluier als een bruidegom bij een bruid. We worden soms verslonden door twijfels en het lot eet ons op, waarna hij ons uitspuwt op een weg die we genoodzaakt zijn te volgen. Mentaal verdwaald in een doolhof van graniet, vol bloedbloemen die steen sieren en waarvan je op het einde pas licht ziet.

We zitten terug aan tafel en ik laat mijn vork vallen.

Luister naar de dingen die verboden zijn en de mooie stilte.

Het lijkt me te bevallen.

Ik kijk onder je schoot maar wilde meer dan het aanblik dat me bood en begon met mijn voet zachtjes tegen je enkel te wrijven, zodat je mijn boodschap begreep en dat dit een moment was dat mentaal kon blijven.

Voor altijd als die bloedroos op je hand en die bornieten ketting die op mijn keel spant.

Het lot kiest onze wegen als wij niet kiezen.

Ze zeggen wel eens ‘verschillende wegen leiden naar jouw paradijs’.

Nu volg ik de mijne.

Geschreven door Andrea Derese op 03/01/2018 - laatst aangepast op 28/07/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home