Het verdriet om de verdronken visser

Terug naar het overzicht

De schoonheid van de vrouw werd gehouwen uit marmer. Aan haar voeten lag een koperen zee van smeekbeden. Door de zilte zeelucht vlogen wanhopige maar tedere kusjes. Maar zij was van steen en bleef onverschillig staan. Een storm van liefdesverdriet met woeste golven en sterke koperen regentranen kwam aan. Na de storm was er niets meer dan puin op het glazen strand en zij was veranderd in gruis. Het enige wat overbleef was haar gouden hart dat bewees dat schoonheid uit meer dingen gehouwen kan worden.

Geschreven door Andrea Derese op 03/01/2018 - laatst aangepast op 13/01/2018

  • po√ęzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home