Over “waarom het gras groener is aan de overkant”.

Terug naar het overzicht

Ik probeer dingen die ik niet begrijp aan elkaar te knopen met de linten die ik vind.

De puzzels van stomme toestanden die ons verbind.

Misschien is het maar dom dat doemdenken…

Ik glij weg in een bad vol roosgeurig water…

De lelies in het bad die me geestelijk met het groene woud verbinden…

Ik kan een atlas schrijven met de verleidingen die ik vind.

De smaak van kruidenkoeken waarvan ik de textuur verslind…

Als ik mijn hemelkleurige zeep pak ruik ik zo de geplukte bloemen…

En denk ik aan weides vol koeien die loeien…..

Waarvan hun huiden worden gestolen om onze naaktheid te verbergen….

Ik kan niet stoppen met nadenken over de antwoorden die ik niet vind….

Ze zeggen dan: ‘hoe kan dat ook? Je bent nog maar een openbloeiend kind.’

Maar dan krijg ik kleur.

Gewoon om die oude wijven hun klaagzang van gezeur.

Maar misschien zijn het peperdure woorden die ik niet wil begrijpen omdat ik ze niet ken…

De klok draait door, en de aardbol rond.

Ik werd groter, en ik zag dat je veel aan mij niet meer verstond…

Mijn huid was mooi geworden, met zo’n cremékleurige teint.

Alles aan mijn lichaam was ineens verfijnd.

Lang leek de wereld een draaitol om me heen.

Met voetpaden van gevallen bloemblaadjes en wolken van steen.

Soms sta ik stil bij mosgroen water en mijmer ik weer…

De melancholie doet soms echt zeer….

Over hoe het gras groener is aan de overkant…

Geschreven door Andrea Derese op 03/01/2018 - laatst aangepast op 04/01/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home