In een vorige column, nog niet zo lang geleden, schreef ik over de aanschaf van een ‘hondje’. Een pientere reu, met een speels karakter en een groot hart. Het totaal pakket: 45 kg. We gaven hem de naam Sunshine. Ons zonnetje. Een heel sociaal dier die door iedereen in ons dorp geliefd werd. Een lokale beroemdheid want mij kende ze enkel als het baasje van Sunshine. Een witte golden retriever die zich geregeld zwart maakte in de plaatselijke dreef. Toen we daarna naar huis gingen leek hij op een verwaarloosde straathond met een lach tot achter zijn oren. Het was zo een komiek zicht dat de toevallige passanten hardop begonnen te lachen en me veel succes wensten om hem terug wit te krijgen. Het was niet erg. Hij was een hond die pret had gehad. Die zijn energie kwijt kon en hiervoor zeer dankbaar was. In ons plaatselijk restaurant konden we rustig en uitgebreid eten zonder dat hij werd opgemerkt. Als we het restaurant verlieten verbaasde hij menig eter dat ze de grote hond niet hadden gezien of gehoord. Hij lag steeds onder de tafel een dutje te doen tot we klaar waren. Dan stapte dat grote beest fier als een pauw met ons mee. Hij kon een rauw ei in zijn mond nemen en netjes in iemands handen leggen zonder dat het brak. Nieuwsgierig als hij was bracht hij zelfs eens een egel mee. Hij had de stekels van het beestje tussen zijn tanden genomen zonder zijn lippen te gebruiken. Hij was gek op water en eten. Liet je per ongeluk al eens iets vallen dan haastte hij zich om het op te pikken en aan te geven en… kreeg telkens een koekje. Kwam ik met de wasmand boven nam hij steels een sok weg - die ik zogenaamd had laten vallen - van de stapel, om een koekje af te bietsen. Eén enkele keer had hij een konijn gevangen en kwam er linea recta mee naar mij. Hij gaf zijn prooi af, dat moest beloond worden! Toch kon ik het onbegrip in zijn ogen lezen toen hij enkel een koekje kreeg. Het was alsof ze wilden zeggen:

‘Meen je dat nou? Ik vang een groot konijn en krijg een pietluttig koekje!’

Vanaf dat moment nam hij zijn prooien in zijn bek mee naar thuis en gaf ze dan pas af. Voor een… koekje. Maar heel zijn lichaamstaal verraadde hoe fier hij was. Een slimme gehoorzame hond uit de duizend. We waren zielsverwanten. De keren dat ik voor een operatie naar het ziekenhuis moest en enkele dagen weg bleef maakte hem overstuur. We waren steeds samen indien mogelijk. We kamperen en wie zat er als eerste in het koffer van onze break? Sunshine, even gelukkig als wij om nieuwe dingen te leren kennen. In Frankrijk gingen we meestal naar een familiecamping met een groot meer, waar hij zo dikwijls als het kon in zwom als een vis. Zoveel mooie herinneringen, ik kan me niet eens herinneren dat hij ooit agressief was.

Begin dit jaar heb ik hem laten inslapen. Dat groot hart werd hem fataal. Voor dat hij enige ongemakken kreeg heb ik hem laten gaan. Ik had zo graag hem langer gehad, maar hem laten lijden? Oh nee! Die bewuste dag was ik mee op zijn matras gaan liggen met mijn armen om hem heen. Soms wilde ik hem niet teveel belasten met mijn arm en legde hem opzij. En telkens duwde hij zijn hoofd terug onder die bewuste arm. Heel de dag, tussen mijn armen, lagen we samen te wachten op de dierenarts. Het veto was onverbiddelijk: zijn hart was op. Hem langer in leven houden zou resulteren in het uitvallen van de vitale organen. Dat wilde ik niet. Hij had een goed, gezond leven gehad, vol plezier. Toen de dierenarts het spuitje om in te slapen gaf was hij al dood.

‘Kom jongen,’ had ik gezegd, we gaan slapen. Dit was het teken waarop hij gewacht had. Hij stierf heel rustig in mijn armen en met hem stierf ik zelf ook… van verdriet. We kunnen en willen niet vergeten: mijn engel Sunshine.

Geschreven door Fanny Vercammen op 14/01/2018 - laatst aangepast op 14/01/2018

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home