We zijn allemaal onzekere vlinders. 

We ontpoppen ons en vliegen met de tijd mee,

totdat onze vleugels verouderen

en wij als zonnestralen door de boombladeren neer zullen gaan.

Neerdalen tussen de overwoekering van deze roestbruine korst van dit moeras.

Vanbinnen was de aarde net als een holle schedel.

Het doden paradijs voor ontpopte vlinders en labyrint van verloren geesten.

Vanbuiten was de aarde gehavend, maar in het midden klopte een hart zo onvoorstelbaar heet. 

De mooie woorden die aan mijn gehemelte loskomen zeggen dit: het was net een vloeibare pit van een harde vrucht. 

Maar we zoeken allemaal een warmtebron als onzekere vlinders.

Geschreven door Andrea Derese op 22/02/2018 - laatst aangepast op 13/12/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home