We zijn allemaal onzekere vlinders. 

We ontpoppen ons en vliegen met de tijd mee, totdat onze vleugels verouderen en wij als zonnestralen door de boombladeren neer zullen gaan. Tussen het lange gras dat de aarde overwoekert en zijn wortels stevig in de harde korst zette. Vanbinnen, als een harde schedel en een graftombe voor ontpopte larves. Vanbuiten was de aarde gehavend, maar in het midden klopte een hart zo onvoorstelbaar heet. 

De mooie woorden die aan mijn gehemelte loskomen zeggen dit: het was net een vloeibare pit van een harde vrucht. Onze lange haren zouden versmelten bij iedere aanraking. 

Maar we zoeken allemaal een warmtebron als onzekere vlinders.

Geschreven door Andrea Derese op 22/02/2018 - laatst aangepast op 22/02/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home