Wij liepen hand in hand over een achtergelaten strand.

De wind woei de winter uit onze kleren en de zee

ging op in de hemel zoals wij in elkaar opgaan

onder deinende dekens. Mijn lustige woorden

deden je blozen en je sloeg je ogen neer

als golven die breken.

 

Ik vraag me af of je toen al dacht aan de vloedlijn

die je later in mijn rug zou krassen om te zeggen

dat er tussen ons geen sprake is van terugtrekken.

Geschreven door Antony Samson op 31/03/2018 - laatst aangepast op 31/03/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home