Ik wist niet waar vader de auto vandaan had gehaald. Ik wist niet eens dat vader met de auto kon rijden. Mijn neus kwam net boven de onderrand van het smerige raampje uit en zo kon ik zien hoe we langs de velden gleden.

 

In het midden van een lange sliert bakstenen woningen met keurige tuintjes remde vader bruusk. Drie kinderen liepen joelend rond een huis. Ik zag hen afwisselend opduiken voor het huis en er weer achter verdwijnen. Ik kon niet horen wat ze riepen.

 

‘Hier zijn nog kinderen,’ zei vader zonder me aan te kijken. ‘Ga meespelen. Ik kom je straks wel halen.’

 

Voor ik het wist had ik me uit de auto laten zakken en het portier achter me dichtgeslagen en zag ik vader aan de horizon verdwijnen. Met lood in mijn schoenen stapte ik op de wildvreemde kinderen af.

Geschreven door Felix Sandon op 06/04/2018 - laatst aangepast op 25/04/2018

  • proza
  • flitsverhaal
  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home