Mijn moeder had me aangeraden schapen te tellen. Ik stond op de bovenste trede van de trap, zij op de onderste. Het hout zuchtte onder mijn voeten. Het kraken van het huis was een constante in ons leven, het was de soundtrack van ons dagelijks bestaan. Moeder zocht haar bed op net toen ik besloten had dat ik niet langer in het mijne wou vertoeven. De volgende dag zou ik starten in het eerste leerjaar van "de grote school," zoals mijn ouders het noemden. Het zou een bewogen dag worden en daarom ging ik al vroeg naar bed. Na enkele uren wakker liggen besloot ik dat slapen niet meer de moeite was. Ik vatte het plan op me reeds klaar te maken voor de volgende dag, mijn boterhammen moesten immers nog gesmeerd worden.
     Bij onze ontmoeting hield mijn moeder me staande, simpelweg door haar rechterhand stijf voor zich uit te plaatsen. Ze deed me denken aan die foto’s van wuivende prinsessen die ik elke zondag zag in de magazines van oma Berg. Het enige verschil was dat die prinsessen sierlijke exemplaren hadden, terwijl mijn moeder opgezadeld zat met brede, mollige gevallen waarvan de vingers zo kort waren dat ze op de handjes van een baby leken. Stompjes, zei mijn vader tegen haar vingers.     
     ‘Haal je stompjes van mijn eten,’ mopperde hij bij het ontbijt terwijl zijn vrouw de kaas masseerde. Mijn moeder had de gewoonte alles te betasten, elk object - al dan niet levend - dat ze in het vizier kreeg raakte ze even aan. Zo zou ook hun relatie begonnen zijn, maar daar weet ik het fijne niet van.    
     Na moeders advies legde ik me op bed, op het afgekoelde deel waar ik het deken opgeslagen had. Ik hield ervan om midden in de nacht even op te staan en de warmte die mijn lichaam had uitgestoten te verlaten. Ik liet de kilte die ‘s nachts in ons huis hing over me heen dalen. Nadien nestelde ik me weer daar waar de gloed gevangen zat onder het deken. Zo moest het voelen als je het bed deelde met een ander mens dacht ik.
     Schaapjes tellen bleek geen doeltreffende methode voor me. In plaats van te tellen hoeveel schapen er over het hek sprongen stelde ik me voor hoe het ene schaap na de sprong niet snel genoeg wegliep en het volgende schaap op hem landde, hoe ze daar dan hulpeloos lagen te blaten, hoe hun volgende soortgenoot tegen hen aan sprong, hoe er zich een berg van lichtgewonde schapen vormde.
    De volgende ochtend stelde een grote, magere vrouw zich voor als juf Dolly. Ze had een lijkbleek gezicht en felrode lippen. Er liep een dunne rode lijn van haar mondhoek naar haar jukbeen.
     'Zoals het schaap,' lachte ze. Alle kinderen, inclusief ik, keken haar confuus aan. 'Ach, dat is voor een ander keertje.'
     Ik beelde me in hoe ze luid blatend tussen de schapen lag, met een lijntje bloed op haar wang. Het kriebelend gevoel ontstond boven mijn buik, daar waar mijn ribben elkaar ontmoeten. Het plekje leidde een rustig bestaan, maar kon plots intens tot leven komen; op de achtbaan in het pretpark of telkens ik de pagina's met lingerie in de La Redoute doorbladerde. Ik begon lichtjes te grinniken, en algauw explodeerde de kriebel tot een massieve lachbui die niet te stoppen viel. Ik lachte luid, met mijn mond wijd open, en mijn lichaam deed de Marie-Louise even ongecontroleerd als dat van tante Monique na vier glazen wijn. Mijn tranende ogen belemmerden me het zicht op juf Dolly, ik zag ze slechts af en toe verbaasd naar me staren. Mijn omgeving was nog steeds wazig toen ik voelde hoe mijn rechterarm werd vastgegrepen en ik uit de klas gesleurd werd.
     'Stop met lachen.' Haar stem trilde.
     Ik keek door mijn tranen heen naar het gezicht van juf Dolly. Niet alleen haar mond en de lijn waren rood, het hele gebied er rond was inmiddels hetzelfde gekleurd.
     'Wat is er zo grappig? Dat ik dezelfde naam heb als een schaap? Weet je wel hoe vaak ik daarmee word uitgelachen? En jij, kleine snotneus, doet onbeschaamd hetzelfde als al die anderen? Weet je wel hoe...' Ze begon plots te huilen, wat niet bepaald hielp om de lachstuip in bedwang te houden, ze zag er nu immers uit als een schaap met pandaogen. 
     Even later zat ik bij de directeur. Hij keek me streng aan, mijn moeder die naast me had plaatsgenomen keek nog strenger. Ze begreep er niets van, had ze reeds een tiental keren gezegd, ik was anders een heel flink meisje. De directeur zei niet veel, behalve dat dit echt niet door de beugel kon.
     Moeder bracht me naar huis. Ze maande me aan op mijn kamer na te denken over mijn gedrag. Maar ik was te moe om na te denken. Ik legde me op bed en sliep de hele dag.
     Ik telde nooit meer schapen.

Geschreven door Seol op 16/04/2018 - laatst aangepast op 16/04/2018

  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home