ze maakt veel misbaar, alsof ze een rotsblok in de sofa legt

maar het is een groot ei. het ligt er stil en koud.

 

het is iets van ons, een opgeblazen ovaal, een gepolijst hoofd

waarop ik haar gelaat teken. jij mag broeden, zegt ze en ze vertrekt.

 

ik moet het ei sparen, er zorgzaam op zitten, mijn warmte overdragen.

als ik het te vroeg breek oogst ik niets dan de dooier, de dood.

 

ik bewaak het, blijf roerloos op de grens van mijn geduld.

ooit word ik beloond door vleugels die nu nog kiemen.

 

er is altijd een kans dat het niet bevrucht is

maar in wat breekt schuilt een begin.

Geschreven door Wim Vandeleene op 01/05/2018 - laatst aangepast op 01/05/2018

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home