De man met wie ik draken trotseer is vannacht bij zijn moeder blijven slapen. Dicht bij haar, zoals toen zij hem kreeg. De wieg een veldbed. Het slapen waken. De ganse nacht heeft hij naar haar ademhaling geluisterd. Nu zij zo broos is en bijna niet meer, denk ik alsmaar : zij was zijn begin, zijn oorsprong. Ik heb vaak in haar ogen zijn glans gezocht. Heb haar niet gekend toen ze nog voluit glansde. Voor er een kind uit het nest viel. Maar zij is het die mijn man kreeg en hij is vannacht bij haar blijven slapen. Dichtbij. Opdat alles klopt nu. Ze weer heel mag zijn. En hij ook.

Geschreven door DqM op 04/05/2018 - laatst aangepast op 25/09/2018

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home