op een stoel in een stoffige kamer

luisterend naar slingerende noten

openstaande ramen waardoor de warme lucht

 

de man draagt een puntbaard en een bril

er komt muziek uit de buffetkast

uit de mystieke vrouw komen liederen

 

horen zij samen hun gedachten 

te ordenen? met hun stemmen de wind?

horen zij door gangen te lopen in gewaden

 

de trap naar de zoveelste nacht?

op een bed in een met dekens verwarmd huis

naar de huid van een handkus

 

een mond, een tong, een gave naar binnen

de vogels horen de slingerende vingers

ze vinden door openstaande ramen de wind

 

Geschreven door Ingrid Strobbe op 12/06/2018 - laatst aangepast op 12/06/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home