Zelfs in de turbostand speelde de naïeve staafmixer

het niet klaar de Pink Lady appelblokjes,

voor de fruitpap van de kleine Beatrijs,

te verhakkelen.

 

Na ettelijke doldwaze toerkes hield de dronken grasmaaier

het voor bekeken. ‘Doe mij de volgende keer maar bruiswater’, dacht ie.

 

Het vermoeide condoom lag, moe maar voldaan, in het kleine vuilbakje

in de badkamer. Het was weer mooi geweest.

 

De dunne pannekoek uit de depressieve koekepan was niet te vreten.

De teleurgestelde asbak was verdrietig. Het idee dat oma geen sigaren meer ging roken, speelde hem parten.

 

‘Ik ben zo moe’, riep de slaperige diepvriezer hardop. ‘Alle ijsjes zullen smelten’.

De pretentieuze postzegel hing per vergissing ondersteboven op de envelop. Hij kon daar niet mee lachen.

 

Tante Toke heeft haar wijsvinger erg bezeerd toen ze de poten van de zelfverzekerde strijkplank inklapte.

 

Een enthousiaste onderbroek lag al weken ongewassen in de verbaasde wasmand. ‘Hoe moet het nu verder?’, vroeg ze zich af.

 

De Steradent-Triple-action-plus-intensieve-reinigingstabletten doodde maar 64% van de bacteriën en verwijderde slechts 27% van de tandplak van het koppige kunstgebit.

 

De cafébaas wou een zinvol tekeningetje maken op het wispelturige bierviltje. Dat is helaas niet gelukt.

Geschreven door Casper Hoogenboezem op 26/06/2018 - laatst aangepast op 26/06/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home