van de navelstreng verlost

warmen we ons aan de huid van de menigte,

in een damp van zweet. we warrelen dooreen,

een zwerm aan de grond, vreemd verkeer.

het spitsuur verwart ons.

 

ik behoed me voor blikschade

en wijk uit naar een toren. de lift, een kooi in een schacht,

vertrouw ik niet. het gevaar van de kortsluiting

dat je tussen twee verdiepen blijft steken,

 

de trap wentelt omhoog als een schroefdraad

naar de kluis van een kamer. het raam wordt een scherm.

ik nestel me in de rol van de toeschouwer.

de stad, het decor voor een film in 3D.

achter mij ontbreekt de projector.

Geschreven door Wim Vandeleene op 15/07/2018 - laatst aangepast op 22/07/2018

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home