We worden omgeplooid tot we naakt zijn

Terug naar het overzicht

Er ligt een lichaam aan de voet van de Etna.

Ze is gestorven zonder huid en is nu slechts een kreeftenrood silhouet.

Het gestold bloed maakt patronen in de nerven van de spieren.

Haar gezicht is een verschroeid masker.

 

Chorus: We worden vanbuiten omgeplooid tot we naakt zijn.

De huid zit vanbinnen, het vlees vanbuiten.

We zijn spiernaakt, en het maakt ons kwetsbaar.

Het maakt ons een vernedering, maar tegelijk zo puur.

 

Er ligt aan de flank van de piramide van Cheops een woestijnroos.

Het is een misvormde eenzame steen, zo mooi en zo broos.

Het zand begraaft haar langzaam onder een deken van goud.

De wind maakt van de woestijn een golvend goudgele zee.

 

Chorus: We worden vanbuiten omgeplooid tot we naakt zijn.

Steen per steen vervormen muren van driehoekige tombes.

Zandkorrels stappelen zich op tot vormloze torens in de leegte.

De wind is een troost gevende kus in de schoonheid van de hel.

 

Er ligt een lichaam in het midden van de stad der doden.

Het is in stukken gesneden, zoals het vlees dat uit een slachthuis komt.

Het is op een beestachtige wijze gebruikt als een erotische pop.

Ze ziet eruit als een vleugelloze engel en kreeg een blauw masker als cadeau van de hemel.

 

Chorus: We worden vanbuiten omgeplooid tot we naakt zijn.

Want verstoppen heeft geen zin en de grens tussen beest of schoonheid is flinterfijn.

Geschreven door Andrea Derese op 06/09/2018 - laatst aangepast op 16/10/2018

  • poëzie
  • liedteksten

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home