Ik loop naar het tafeltje waar ik nog een krant zie liggen. Ik zet mijn beste glimlach op en vraag aan de vrouw of ik even de krant mag, ervan uitgaande dat het gaat om het exemplaar dat in de koffiebar ligt. Ze beantwoordt me met een vuile blik: ‘Dat is onze krant’. Ik excuseer me al lachend en ga met een slecht gevoel terug naar mijn plaats. Ze vervolgt het gesprek met haar partner, terwijl ze met haar hand over haar zwangere buik streelt. Ik kook. Ik voel de opgekropte frustratie opborrelen, en in mijn hoofd barst de storm los: ‘Waarom mag ik niet voor een kwartier even in de krant kijken? Je hebt een man en een kind op komst. Je zit te praten en hebt totaal geen oog in dat papier.’ Kortom, jij hebt alles wat ik wil, een gezin. Ik wou gewoon dat vodje naast je even inkijken.

 

Er zijn dagen dat de eenzaamheid geen grip op me krijgt en ik me goed voel in het alleen zijn. Maar de laatste nacht, toen ik onder het laken schoof, voelde ik het weer over me heen komen. De bittere eenzaamheid die alle licht en vrolijkheid uit me zuigt. Daar lag ik dan, terwijl ik verlangde naar een lichaam dat tegen me aan lag. Ik mis de warmte en de intimiteit van twee mensen die elkaar delen. En dan heb ik het niet over een ONS (one-night stand), FWB (friend with benefits) of NSA (No strings attached), maar iemand waarop je kan bouwen.

 

Het was een weekend waarin ik liever gewoon ergens in een hoekje zat. Elk koppel deed me nog meer in mijn woede en frustratie verdrinken. Als ik nog één keer hoor: ‘het komt wel, je bent de moeite waard’, of ‘op ieder potje past een dekseltje’, dan sta ik niet in voor de gevolgen. Ik heb een agressieve afkeer gekregen van die hersenloze dooddoeners. Die vooral uit de mond komen van personen die al jarenlang in een relatie vastgeklonken zitten, en nooit tijdens hun midden dertig jaren er alleen voor stonden.

 

Ik weet dat het goedbedoeld is wanneer mensen me toevertrouwen dat ik een fantastische vrouw ben, die heel wat in zich heeft. Dat ik er best wel mag zijn. Maar na een reeks vreselijke dates, heb ik het vermoeden dat ik in paniek ben geslagen. Als ik dan zo fantastisch ben, waarom ben ik al meer dan een jaar aan het zwalpen? Waarom blijft het dan bij vrijblijvende contacten, zonder uitzicht op een ‘samen’? Of is de ‘vertindering’ zo diep in de liefdesmarkt doorgedrongen, dat de kans op een waardevolle relatie nihil geworden is? Het zijn vragen die ik me stel, als ik ’s avonds een microwave-maaltijd klaarmaak. Voor 1 persoon. Omdat ik soms niet meer de moeite neem om te koken.

 

Ik heb een rijk sociaal leven, en zelfs al blijkt het niet uit de woorden hierboven: ik ben er echt enorm dankbaar voor. Maar het knaagt gewoon. Als ik ’s avonds na het werk thuiskom. Of vermoeid na de dansles onder de lakens kruip. Als ik alleen door de stad wandel, op weg naar mijn weekendjob en zorgeloze koppels kussend of hand in hand zie rondlopen. Als ik met mensen praat die niet begrijpen wat alleen zijn werkelijk betekent.

 

Zo barstte ik in tranen uit aan de telefoon. Mijn moeder hing aan de andere kant van de lijn. Tot mijn verbazing reageerde ze zonder begrip. Ze werd kwaad, omdat ze niet om kon gaan met de immense breekbaarheid die ze voelde aan de andere kant. Dus ik heb geleerd om te zwijgen over die eenzame gevoelens. Ik heb leren zwijgen over de duistere schaduwkant die de laatste dagen de overhand aan het nemen is.

 

De laatste keer dat dit gebeurde, probeerde ik ze te verdrinken. Huilend en krijsend gooide ik het glas in mijn hand kapot. Ik zag de nacht binnenvallen terwijl ik wegzakte in een zelf opgelegde coma. Ik was me niet meer bewust van de binnenstromende berichten. En ergens hoopte ik stiekem om nooit meer wakker te worden. Maar het gebeurde toch. En ik vond mezelf te midden van mijn zelf gecreëerde chaos.

 

Op eenzame avonden, na het alleen thuiskomen en het alleen eten, komt de vraag: waarom blijf ik dit doen? Wat is het nut van dit eenzame bestaan? Op de meeste dagen kan ik allerlei redenen bedenken. Maar op sommige dagen is het gewoon moeilijk om hier spontaan op te antwoorden, zonder die knagende onzekerheid en tristesse te voelen. Dan zijn er mensen die me troosten met de voor hen grappige gedachte dat ze ook liever eens alleen zouden willen zijn. En dat maakt me razend. Eenzaamheid is geen grap.

Geschreven door Jolien op 01/10/2018 - laatst aangepast op 01/10/2018

  • column

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home