Tot de badkamer een knusse mantel wordt,

is het eerbiedig wachten op het begin,

een handdoek die op blote schouders rust,

het plechtig morgengewaad onder je kin.

 

Eerst wangen warm en druipend,

als een weerbericht dat uit Frankrijk aan komt drijven

met witte wolken, dens en dicht bepakt

reikend tot de landgrenzen van je aangezicht.

 

Laat het nu zijn gang maar gaan

wanneer ongevraagd je ogen sluiten,

het barbiersgebed gepreveld wordt,

en stil bezweert dat alles goed mag gaan.

 

Kom maar tot rust, vadertje, ontspan je huid,

luister onbewogen voor de spiegel

naar een zuidwester

die aanzwellend aan jou de hand zal slaan.

 

Je strekt je hals met overgave.

Een voor een veeg ik stapelwolken weg,

waarna het breed en plaatselijk opklaart,

de hemel zuiver schoongespoeld.

 

Dan lijk je plots weer op valavond,

met hier en daar nog een streepje nevel,

wat voor af aan begint en terug zal komen

is voor even weer verdwenen.

 

Geschreven door Lode Van Wabeke op 16/11/2018 - laatst aangepast op 16/11/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home