Het is weer zover: we zitten met een kakkertje!

En dan heb ik het niet over een jeugdspelertje bij KV Mechelen.

Wel over een tepelbijtende, luiers vol schijtende, kwijlende,

reflux- kokhalzende parasiet.

Dit exemplaar is een goede 52 cm lang en weegt 3,7 kg.

Het staat allemaal netjes op het kaartje dat gisteren in de brievenbus stak.

Of ik buiten de witte gestandaardiseerde omslag en de klassieke postzegel, die niet prior was gefrankeerd, nog iets noemenswaardig te melden heb:

? Dan eventueel de overwegend groene achtergrond die een bos voorstelt waarin een kleuter (ik denk een jongen) zich, plitse-pletse, een weg doorheen speelt.

Joehoe! Voor een die hard Racing fan zou bij het aanschouwen van deze geboorteaankondiging de titel al binnen zijn.

Verder merk ik geen noemenswaardige afwijkingen.

 

Tien vingertjes en tien teentjes. Meer niet.

Wel twee onschuldige oogjes die, vanonder een wollen mutsje

met daarin (waarschijnlijk) een punthoofdje, als een hongerig glimwormpje

in een onderaardse ziekenhuisgang liggend op de buik van mama worm

wachtend op zijn eerste witte glimmelk, recht in mijn gezicht loensen vanaf

de haastig getrokken foto die papa worm voor alle andere wormen uit de naaste familie en nabije kennissenkring op zijn facebookpagina heeft gepost.

 

Kijk wat een leuke houten legpuzzel zegt mijn vriendin die achter mij is komen staan en opgewonden haar favoriete geboortelijstartikelen met vette vingers op mijn computerscherm aantikt.

Als we nu eens zoals altijd deden zeg ik en eerst onze chipshanden wassen.

Gewoon vijftig euro storten is zo onpersoonlijk zegt zij. Maar goed. Als jij dat wilt is dat voor mij oké.

 

Ik heb het uitgerekend: tweeëntwintig keer.

Tweeëntwintig keer hebben we een geboorte in onze brievenbus ontvangen.

Dat betekent in totaal: voor duizendhonderd euro aan papflessen en luiers.

Dat is op zijn minst twee weken Costa del Sol of Benidorm.

Toch zeker één week Tenerife.

Het moet gedaan zijn, onze vrienden- en kennissenkring telt nu genoeg kinderen.

Mijn geld is op zeg ik terwijl mijn vriendin nog een schijfje gefrituurde aardappel

in haar mond stopt. We kunnen dat niet maken zegt zij. Tradities zijn er om in ere

te houden, wij geven altijd vijftig euro.

Goed dan zeg ik. Dan ga ik vanaf nu iedere week naar de spermabank.

Wat ga je daar doen zegt zij het zout van haar vingers aflikkend.

 

Ik heb het uitgerekend zeg ik. Vijfenzeventig euro per gevuld potje, handje contantje.

En daar bovenop schrijf ik alle koppels voor wiens kinderen wij geld gestort hebben dat ik ook papa geworden ben.

En nu serieus zegt mijn vriendin: hoeveel houd je daar echt aan over?

Ik heb het nagevraagd zeg ik. Wat afgetrokken is kan niet nog eens afgetrokken worden door de belastingen.

Voor mij hoef je vanavond niet te koken er liggen nog zakjes paprika in de snoepkast, dat bespaart je alvast een halve euro zegt mijn vriendin met geveinsde ernst.

 

Morgenvroeg doe ik alvast een eerste aankondiging op de bus:

 

Ik ben nog niet geboren en toch ik ben op komst.

Ik ben ook niet zoals jullie maar ik ben Anders.

Anders Beernaert.

 

Ja, ik geef al mijn kinderen een naam.

En mezelf vijfenzeventig euro!

Geschreven door Sascha Beernaert op 23/11/2018 - laatst aangepast op 23/11/2018

  • kortverhaal

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home