Vanmiddag in de auto klonk een refrein, een riedeltje

waarin plots jouw naam leek te zitten, waar

codetaal doorheen eenheid van klanken ging, ik had

kunnen zweren dat je er weer voor iets tussenzat.

 

Op de dijk een bruinig stuk wrakhout ontmoet, dat met

verweerde knoest ineens een beer lag te wezen, die

verdacht veel op zijn naaste verwant aan je voeteneinde leek,

's nachts op verzoek tussen spijlen het raam in de gaten hield.

 

Vallende blaren leken op honderd wuivende kinderhandjes,

deden me denken aan de avond van je schooltoneel, waar

de hele klas na het slot wel vier keer applaus kwam halen,

iedereen zwaaiend zag dat jij de mooiste bloemkool was.

 

Dit is mijn logboek van het dagelijkse missen, terwijl

in tussentijd ik helemaal gek van je blijf, op dit

voorlopig uur waarin alles maar blijft duren, beloof ik

tot je terug bent hier wacht voor alle ramen te houden.

 

 

 

Geschreven door Lode Van Wabeke op 24/11/2018 - laatst aangepast op 18/02/2019

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home