In dit zieke huis is de dood mijn naaste buurman.

Hij dwaalt door gangen, doet een praatje met iedereen,

ligt op een tandenborstel te wachten, gaat de cafetaria in en uit.

 

Hij streelt graag linnen pyama’s,

ruikt eraan als verse bloemblaadjes,

voornaam opgevoed gaat hij

 's morgens heel omzichtig elk bed eens rond,

en volgt dan nauwgezet het ochtendoverleg.

 

Klampt zich beleefd aan een rolstoel,

houdt zich aan het bezoekuur,

gaat niet binnen als het lampje brandt.

 

Rookt niet op het toilet,

voelt wanneer het ongeveer mijn laatste is.

Neemt eerder de trap dan de lift.

 

Schoffeert niet, confronteert niet met harde woorden,

laat het alleen discreet voelen aan mijn frêle boorden.

 

 

Geschreven door Lode Van Wabeke op 14/12/2018 - laatst aangepast op 16/12/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home