de damp stijgt uit de materie 

drijft onder neusvleugels, nestelt zich

in een holte van het geheugen.

 

ons laatste avondmaal dat onaangeroerd bleef,

de eerste staat van ontbinding van een verleden.

hoe ik me van vroeger afkeer,  opnieuw naar je sluip, 

 

tegen de wind in, om de sprong niet te verraden. 

je geuren keur ik,  ze voegen iets toe aan de smaak

van het weerzien, voorkomen dat ik gif slik.

 

geuren, herkenbaar uit duizenden, raken me

lichter dan vingertoppen aan, ze herinneren me  

aan de roes die we rug aan rug uitsliepen.

Geschreven door Wim Vandeleene op 22/12/2018 - laatst aangepast op 22/12/2018

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home