O maar ik vergeet ook wel eens
een 29 tal keren
te kiezen
van wel besproken dilemma’s
tot wat men bestempelt als zijnde niets.

Eendracht maakt u alleen maar zachter

& koele kikkers zwemmen,

zwaar geworden bestaande verhalen wegen nu ook,

doorgelaten lichtstrepen op de bovenkant van mijn hoofd,

daar, daar waar nog steeds de lichte haartjes neerdalen,

bezatte bendes heersen, de sfeer is koud.

De lampen branden, sissend geluid van toch ook piepende banden,

die besluiten al wel eens begeerd te blijven.
Als een bange haas vlucht men de kant uit van het noorden,

vandaag aan de overkant, behang aan mijn voeten,

dat moet een misverstand zijn.
Voor wie meer wil weten, weten wil dat morgen ook dag én nacht is.

Zonder zever bestaat de zonde zeker.
Geen man die daar nog aan twijfelt.
Geen één, geen doordrenkte vondeling,
te vinden gelegd voor die dag van morgen zelfs het licht had gezien.

En een zucht klinkt in de ruimte.
Nu snappen we het dan toch; het klaagt hier dat het geen naam heeft.

Maar we noemen de zonde zonder twijfel opnieuw.
En opnieuw blijft de gast voor middagmaal, tafel om te delen,

tafelkleed zich een hoedje.
Toevallig heb ik mij hier wel op voorbereid;
maar dat zegt men niet luidop.
Want iedereen trilt en beeft onder druk van persoon 1 of persoon 2;

dat ik het niet weet.
Ondertussen wordt het stil,
de norm van vandaag valt samen onder tafel
en vraagt zich af of hij wel manieren heeft.

Geschreven door Dries Verhaegen op 29/12/2018 - laatst aangepast op 29/12/2018

  • poëzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home