Te korte dagen

en het sintelt in mijn winterhoofd

bij zoveel gloednieuws.

Mijn voeten koud op tegels

waarvan ik het patroon meteen vergeet.

Hier sneuvelen glazen en idealen

die te dicht slapen bij het vuur.

En we weten niet of het duurt.

 

Het duurt nooit langer dan de tijd

waarin we ons onverlicht

geen vragen stellen.

Maar even nog blijven we

onder de radar.

Een tel van gewichtloosheid.

En we dansen.

 

We dansen met de geur

van klamme lakens,

met de kou van het donker

in naakte spelonken

waar huid geen huid meer raakt

en het deken tekortschiet.

Je plaatst weerhaken

tussen de wijzers

van mijn tikkende klok.

 

Maar voel hoe de nacht

steeds dieper valt.

Een ademend hoopje mens wint terrein.

Tachtig centimeter bed

om precies te zijn.

Ik verklein me tot de overige

veertig en waak

nu al over jouw verlangens 

De mijne vielen overboord,

ergens tussen jouw kleffe zakdoekjes

en postcoïtale sigaret.

En ziedaar, van tussen de tegelvoegen rispt een vraag op.

 

 

Geschreven door Vanessa Daniëls op 05/01/2019 - laatst aangepast op 31/03/2019

  • poëzie
  • text on stage

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home