Zoals ook het wachten op het voorbijschuiven van huizenhoog

geluk me als een voorzichtig ingeburgerd wezen, en

het zijn van zijn tijd me beetje bij beetje ontrafelt, als

ik werkelijk alles weer op zijn ingevroren plaats leg.
Stijf been stuwt

me vooruit.

En hoe de gravure weent om hartstocht want hij is

bevriend met een kind zonder plek, in wat mij

tokkelend op mijn slaap als een vermoeide reisgenoot

door de maan de lucht doet opsnuiven,

voelt het alsof wij ook de stad beloven,

met een gekwelde ziel tussen de bladzijden van

mijn verkrampte boek gezongen.

Geschreven door Dries Verhaegen op 06/01/2019 - laatst aangepast op 06/01/2019

  • po√ęzie

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home