Het is koud in de morgen, maar deren doet het niet. Het diepvriesschaap slaapt en ergens ligt een dode pokemon op een pechstrook.

 

Vrij zeker is dat niemand is gestopt, niemand heeft gewacht, zelfs het losse gras niet en ik heb het gevoeld, het bed was deze nacht van glas.

 

Niemand slaapt diep genoeg. Ik kijk nooit op een klok. Papier wacht nochtans in de Touchmaster Five. Ik wentel me nog een keertje en gisteren, te midden kruim, werd er gezwegen.

 

In dezelfde pot van altijd lagen ze, kroketten vers met Noordzee, gelatine, bloem, garnalen binnenin.

 

Mijn schat, de kruimels kleefden goed. Ze keken niet meer naar elkander want ze konden frietvet ruiken, olie, net als ik en zelfs mijn pull -hij vreest die stank- wilde mijn vel niet zijn.

 

 

Lieve Lorelei, 

 

Dit is een ware geschiedenis en een ronde tafel hebben ze in dat huis nooit gehad. Ze, dat zijn mijn grootouders en hun kinderen.

De achterkeuken was er lang en smal. Achteraan is die ruimte zelfs nog een goeie meter smaller dan vooraan. Nog steeds. Het is mijn nonkel die het mij ooit heeft uitgelegd. 

Het is de perceelgrens en daarom lijkt die keuken nog dieper dan ze al is. Zo klonk het uit de mond van noenkel Michel.

 

Alle muren, ook de scheve (als je binnenkomt rechts) zijn gewoon, geschilderd in gebroken wit en achterin dat eetvertrek zijn twee deuren. De achterwand is er net breed genoeg voor. Achter de ene deur is het toilet. Achter de andere deur de trap naar de kelder.

Het is een kelder die nog maar voor twee derde in de grond zit en daar zijn de muren lichtgrijs, bepleisterd. Het moet met een mengeling zijn van kalk, herinneringen, cement en aan de zuidelijke keldermuur, tussen twee hoge vensters, kleine klapramen, hangt een portret in een vernikkelde kader, een foto van een grootvader, van mijn eigen bompa, de bompa van de typmachinenwinkel.

 

Edmond Mosscheldief – Typ- en Schrijfmachines – Verkoop en Onderhoud – Open van 8 tot 12 en van 13 tot 17 uur 30 – Gesloten op zondag en donderdagnamiddag.

Dat stond er, rechtsonder op de vitrine en twee uur voor eb, elke donderdag, in de achternoen, trok hij naar het strand Mariakerke, met zijn sleepnet, om geirenoars te vangen.

 

Vier minuten koken. Opschudden in een vergiet om ze te drogen en mijn bompa Edmond had fijne vingers. Nog altijd. Men zou het aan de slanke vingerkootjes kunnen zien en het was hij die al die geirenoars peelde. Bobonne maakte de kroketten en de kinders aten, eerst zij en die kinderen dat zijn mijn drie tantes plus nonkel Michel, die met zijn kop, die moustache op een hoofd dat gestolen lijkt van een aap, een monchichi.

 

Lach nog niet, mijn lieve assepoester met de blonde poes. Ik moet je nog veel vertellen. Over al de rest. Over mijn nichtje Lilly. Over mijn drie tantes. Nathalie. Anoesjka. Manouche is de jongste.

Ik koos ze lief, die bloedverwante tantes van me. Ik vertroetel ze. Voor mij zijn hun namen als wimpers boven één blindgeboren oog.

 

Alleen Lilly, de dochter van Michel, is er nog niet helemaal. Zij huilt nog openlijk en draagt als enige van die vier vrouwen violette onderbroekjes.

Veertigdagenkleur en Lilly zit doorgaans op het puntje van haar stoel, ook gisteren. Zij lijkt nooit te willen wachten, niet op rust, niet op de kroketten en ik hoorde het, Lilly neuriede, Lilly staarde weer naar beneden.

 

De anderen hoorden enkel hoe ik de kroketten uit de chapelure tilde en ze in een tweede pot legde, in de casserole met de tulpen. Ze zijn er opgeschilderd en druppels bloed lagen tussen de voorpoten, van een stoel, die van Lilly en van de lange tafel in die achterkeuken wordt gezegd dat zij alle geheimen kent, dat in de groeven van het hout oude tranen slapen.

 

Voor de rest zweeg iedereen en Anoesjka, mijn oudste tante, streelde de rand van de tafel, ze stond recht, blies een luchtzoen in mijn richting en dan wist ik dat het tijd was, dat ik de pot met garnalen moest optillen om ermee af te dalen in de kelder. Negen treden zijn het, in geslepen terrazzo, leefbaar rood met witte spikkels.

 

 

Schat, mijn Lorelei, ik moet je brieven schrijven!

 

 

'Leefbaar rood met witte spikkels' is het eerste velletje.

'Krevetten en kroketten' is een bundel uit de reeks 'Doodsbrieven aan Lorelei'

 

Geschreven door Dimitri Dendonder op 06/01/2019 - laatst aangepast op 04/04/2019

  • proza
  • autobiografisch schrijven

Deze pagina is enkel toegankelijk op een groter scherm.

Home